ECLI:NL:HR:2020:2040

ECLI:NL:HR:2020:2040, Hoge Raad, 18-12-2020, 20/01566

Instantie Hoge Raad
Datum uitspraak 18-12-2020
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 20/01566
Rechtsgebied Bestuursrecht; Belastingrecht
Procedure Cassatie
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:GHARL:2020:2878
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 7 zaken
Aangehaald door 3 zaken
3 wettelijke verwijzingen

Verwijst naar

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0002320 BWBR0006358 BWBR0026977

Samenvatting

Art. 16, lid 2, aanhef en onderdeel c, AWR; kenbaarheidsvereiste; pleitbaar standpunt.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

BELASTINGKAMER

Nummer 20/01566

Datum 18 december 2020

ARREST

in de zaak van

de STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN

tegen

[X] te [Z] (hierna: belanghebbende)

op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 7 april 2020, nrs. 18/00676 en 18/00677, betreffende de aan belanghebbende over het jaar 2007 opgelegde navorderingsaanslag in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen, de daarbij gegeven boetebeschikking en de daarbij gegeven beschikking inzake heffingsrente. De uitspraak van het Hof is aan dit arrest gehecht.

1. Het eerste geding in cassatie

Bij arrest van de Hoge Raad van 13 juli 2018, nr. 17/05454, ECLI:NL:HR:2018:1203 (hierna: het verwijzingsarrest) is vernietigd de uitspraak van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch (nrs. 15/00429, 15/00462 en 15/00463), met verwijzing van het geding naar het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (hierna: het Hof) ter verdere behandeling en beslissing van de zaak met inachtneming van dat arrest.

2. Het tweede geding in cassatie

De Staatssecretaris heeft tegen de uitspraak van het Hof beroep in cassatie ingesteld en daarbij een middel voorgesteld.

Belanghebbende heeft een verweerschrift ingediend. Hij heeft ook voorwaardelijk incidenteel beroep in cassatie ingesteld en daarbij een middel voorgesteld.

Het beroepschrift in cassatie en het geschrift waarbij incidenteel beroep in cassatie is ingesteld, zijn aan dit arrest gehecht en maken daarvan deel uit.

De Staatssecretaris heeft schriftelijk zijn zienswijze over het incidentele beroep naar voren gebracht.

3. Beoordeling van het in het principale beroep voorgestelde middel

In het verwijzingsarrest is geoordeeld dat het verzuim het boekenonderzoek in het computersysteem van de Belastingdienst te vermelden, is aan te merken als een fout in de ruime en neutrale zin die aan dat begrip toekomt in artikel 16, lid 2, aanhef en letter c, AWR, en dat de omstandigheid dat bij het opleggen van de eerste navorderingsaanslag met de bevindingen van dat boekenonderzoek geen rekening is gehouden daarvan het gevolg is.

Na verwijzing was onder meer, en voor zover voor beoordeling van het middel van belang, in geschil of voor belanghebbende redelijkerwijs kenbaar was dat de eerste navorderingsaanslag tot een te laag bedrag is vastgesteld.

Het middel bestrijdt het oordeel dat dit voor belanghebbende niet redelijkerwijs kenbaar was. Het middel faalt. Dit oordeel geeft geen blijk van een onjuiste rechtsopvatting en kan, als verweven met waarderingen van feitelijke aard, voor het overige door de Hoge Raad in de cassatieprocedure niet op juistheid worden onderzocht. Het is ook niet onbegrijpelijk of onvoldoende gemotiveerd.

4. Het voorwaardelijke incidentele beroep

Aangezien het principale beroep niet leidt tot vernietiging van de uitspraak van het Hof, is de voorwaarde waaronder het incidentele beroep is ingesteld, niet vervuld. Gelet op artikel 8:112, lid 2, Awb vervalt daarom het incidentele beroep .

5. Proceskosten

De Staatssecretaris zal worden veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie.

6. Beslissing

De Hoge Raad:

- verklaart het beroep in cassatie van de Staatssecretaris van Financiën ongegrond, en

- veroordeelt de Staatssecretaris van Financiën in de kosten van belanghebbende voor het geding in cassatie, vastgesteld op € 1.050 voor beroepsmatig verleende rechtsbijstand.

Dit arrest is gewezen door de vice-president R.J. Koopman als voorzitter, en de raadsheren J.A.C.A. Overgaauw, M.A. Fierstra, J. Wortel en P.A.G.M. Cools, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 18 december 2020.

Van de Staatssecretaris van Financiën wordt een griffierecht geheven van € 532.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl V-N Vandaag 2020/3157 V-N 2020/65.24 met annotatie van Redactie FED 2021/33 met annotatie van I.L.S. IJzerman BNB 2021/46 NLF 2021/0013 met annotatie van Sara Verkaik NTFR 2021/248 met annotatie van Mr. P.G.M. Jansen FutD 2020-3769 Viditax (FutD) 2020121804
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?