ECLI:NL:HR:2020:30

ECLI:NL:HR:2020:30, Hoge Raad, 14-01-2020, 18/04133

Instantie Hoge Raad
Datum uitspraak 14-01-2020
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 18/04133
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Cassatie
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:PHR:2019:1171
Formele relatie: ECLI:NL:GHAMS:2018:3236
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 8 zaken
Aangehaald door 1 zaken
4 wettelijke verwijzingen

Verwijst naar

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001830 BWBR0001854 BWBR0001903 BWBR0001941

Samenvatting

Profijtontneming, w.v.v. uit hennepteelt en diefstal stroom d.m.v. verbreking. ’s Hofs oordeel dat betrokkene rekening tot bedrag van € 1.656,14 aan netbeheerder voor stroom heeft betaald begrijpelijk? HR: Op gronden vermeld in CAG is middel terecht voorgesteld. CAG: In bestreden uitspraak is tot uitdrukking gebracht dat Hof reeds betaald bedrag als daadwerkelijke kosten op w.v.v. in mindering heeft willen brengen, terwijl het zich daarbij heeft gebaseerd op als bijlage bij pleitnota in h.b. gevoegde brief van netbeheerder. Uit deze brief volgt dat factuurbedrag € 5.950,14 bedraagt, waarvan nog € 3.790,00 niet is voldaan. Dat betekent dat bedrag van € 2.160,14 wel is voldaan. ‘s Hofs oordeel dat uit bijlage kan worden afgeleid dat betrokkene bedrag van € 1.656,14 heeft voldaan, is niet begrijpelijk. Gelet hierop had Hof openstaand bedrag (en niet openstaand bedrag, inclusief incassokosten) van factuurbedrag dienen af te trekken. HR doet zaak zelf af door geschat w.v.v. te verminderen met reeds aan netbeheerder betaald geldbedrag van € 2.160,14. Uitgaande van schatting van w.v.v. op bedrag van € 23.792,27 zal worden bepaald dat aan betrokkene opgelegde verplichting tot betaling aan Staat bedrag van € 21.632,13 bedraagt.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 18/04133

Datum 14 januari 2020

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam van 5 september 2018, nummer 23/003959-17, op een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ten laste

van

[betrokkene],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1975,

hierna: de betrokkene.

1. Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de betrokkene. Namens deze heeft W.H. Jebbink, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal F.W. Bleichrodt heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat de hoogte van het wederrechtelijk verkregen voordeel en de aan de betrokkene opgelegde betalingsverplichting betreft, en tot vermindering van het bedrag waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat en de aan de betrokkene opgelegde betalingsverplichting tot € 21.632,13, met verwerping van het beroep voor het overige.

2. Beoordeling van het middel

Het middel klaagt onder meer dat het oordeel van het Hof dat de betrokkene de rekening tot een bedrag van € 1.656,14 aan Liander heeft betaald onbegrijpelijk, althans ontoereikend gemotiveerd is.

Op de gronden die zijn vermeld in de conclusie van de Advocaat-Generaal onder 14 en 15 is het middel terecht voorgesteld.

De Hoge Raad zal de zaak zelf afdoen door het door het Hof geschatte wederrechtelijk verkregen voordeel te verminderen met het reeds aan Liander betaalde geldbedrag van € 2.160,14. Uitgaande van de schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel op een bedrag van € 23.792,27 zal worden bepaald dat de aan de betrokkene opgelegde verplichting tot betaling aan de Staat een bedrag van € 21.632,13 bedraagt.

Voor het overige kan het middel niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu het middel in zoverre niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3. Beslissing

De Hoge Raad:

- vernietigt de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de opgelegde betalingsverplichting ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel;

- vermindert het te betalen bedrag in die zin dat de hoogte daarvan € 21.632,13 bedraagt;

- verwerpt het beroep voor het overige.

Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en M.T. Boerlage, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 14 januari 2020.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl SR-Updates.nl 2020-0008 RvdW 2020/164
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?