2. Beoordeling van het middel
De Hoge Raad heeft de klachten over de beschikking van de rechtbank beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die beschikking. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
Ten aanzien van de klacht van onderdeel I van het middel over de betekenis van de indeling van gronden in bodemgeschiktheidsklassen voor de waardering van die gronden in het kader van de lijst der geldelijke regelingen, verwijst de Hoge Raad naar hetgeen hij heeft overwogen in de rov. 3.2.1-3.2.7 van de vandaag uitgesproken beschikking in de zaak met nummer 19/01323.
3. Beslissing
De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt [de Eigenaar] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de Uitvoeringscommissie begroot op € 879,07 aan verschotten en € 1.800,-- voor salaris en aan de zijde van de Staat c.s. begroot op nihil.
Deze beschikking is gegeven door de vicepresident C.A. Streefkerk als voorzitter en de raadsheren M.V. Polak, T.H. Tanja-van den Broek, C.E. du Perron en F.J.P. Lock, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer C.E. du Perron op 6 maart 2020.