HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 18/05379 B
Datum 21 april 2020
BESCHIKKING
op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de rechtbank Rotterdam van 24 september 2018, nummer RK 18/2355, op een klaagschrift als bedoeld in artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering, ingediend
door
[klaagster],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1986,
hierna: de klaagster.
1. Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de klaagster. Namens deze heeft R.I. Takens, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van de klaagster in het beroep voor zover dat is gericht tegen de beslissing tot niet‑ontvankelijkverklaring van de klaagster in het beklag, tot vernietiging van de bestreden beschikking voor het overige en tot terugwijzing van de zaak naar de rechtbank Rotterdam, opdat de zaak in zoverre opnieuw wordt behandeld en afgedaan.
2. Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
De Hoge Raad kan het cassatieberoep van de klaagster niet in behandeling nemen voor zover dit ziet op de inbeslaggenomen pinpas, het rijbewijs, de huissleutels, een telefoon van het merk Samsung, type S7, en een laptop. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal onder 3.1.
3. Beoordeling van het cassatiemiddel
Het cassatiemiddel klaagt dat de klaagster noch haar raadsman behoorlijk is opgeroepen voor de behandeling in raadkamer van 12 september 2018 van het namens de klaagster ingediende klaagschrift.
Het cassatiemiddel slaagt. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal onder 4.2 tot en met 4.8.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
- verklaart het beroep niet-ontvankelijk wat betreft de beslissingen van de rechtbank ten aanzien van de inbeslaggenomen pinpas, het rijbewijs, de huissleutels, een telefoon van het merk Samsung, type S7, en een laptop;
- vernietigt de beschikking van de rechtbank voor het overige;
- wijst de zaak terug naar de rechtbank Rotterdam, opdat de zaak in zoverre opnieuw wordt behandeld en afgedaan.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren M.J. Borgers en J.C.A.M. Claassens, in bijzijn van de waarnemend griffier B.C. Broekhuizen-Meuter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 21 april 2020.