2. Beoordeling van het middel
De klachten van het middel kunnen niet tot cassatie leiden. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie art. 81 lid 1 RO).
3. Proceskosten
Biomet c.s. vorderen veroordeling van Heraeus in de proceskosten, te begroten op de voet van art. 1019ie Rv, tot een bedrag van € 19.980,50. Heraeus verzet zich tegen toepassing van art. 1019ie Rv.
Art. 1019ie Rv is ingevoerd bij de Wet bescherming bedrijfsgeheimen (Wbb). Het voorschrift verleent de rechter de bevoegdheid een proceskostenveroordeling uit te spreken als daarin bedoeld, maar verplicht hem daartoe niet.
In het midden kan blijven of art. 1019ie Rv, in werking getreden op 23 oktober 2018, van toepassing is op de onderhavige, nadien aangevangen cassatieprocedure en of het zich uitstrekt tot een vordering of verzoek op de voet van art. 843a Rv van een partij die haar wederpartij beticht van het schenden van bedrijfsgeheimen, nu de Hoge Raad, ook indien dat alles het geval is, in deze zaak geen aanleiding ziet tot toekenning van een proceskostenveroordeling als in art. 1019ie Rv bedoeld.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt Heraeus in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Biomet c.s. begroot op € 882,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de vicepresident E.J. Numann als voorzitter en de raadsheren M.V. Polak, C.E. du Perron, H.M. Wattendorff en F.J.P. Lock, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer C.E. du Perron op 1 mei 2020.