HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 19/02926 B
Datum 26 mei 2020
BESCHIKKING
op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de rechtbank Gelderland van 10 mei 2019, nummer RK 19/238, op een klaagschrift als bedoeld in artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering, ingediend
door
[klager],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1987.
1. Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door het openbaar ministerie. Het heeft bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden beschikking, maar alleen zover deze betrekking heeft op de in beschikking vermelde 23 inbeslaggenomen auto’s alsmede de beslissing ten aanzien van de goederen waarvan de officier van justitie tot teruggave heeft besloten, waarbij de Hoge Raad de klager ten aanzien van deze laatste goederen niet-ontvankelijk zal verklaren in het beklag en tot terugwijzing naar de rechtbank teneinde in zoverre op het bestaande beklag opnieuw te worden berecht en afgedaan.
2. Beoordeling van het cassatiemiddel
Het middel klaagt onder meer dat het kennelijke oordeel van de rechtbank dat het voortduren van het beslag op 23 auto’s niet in overeenstemming is met de eis van proportionaliteit ontoereikend is gemotiveerd.
Voor de behandeling van het klaagschrift en de inhoud van de bestreden beslissing wordt verwezen naar de conclusie van de advocaat-generaal onder 2.
De klacht is gegrond. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal onder 5.2 en 5.3. Gelet daarop behoeft het cassatiemiddel voor het overige geen bespreking.
3. Beslissing
De Hoge Raad:
- vernietigt de beschikking van de rechtbank maar uitsluitend wat betreft de beslissing over de daarin vermelde 23 auto’s;
- wijst de zaak terug naar de rechtbank Gelderland, zittingsplaats Zutphen, opdat de zaak ten aanzien daarvan opnieuw wordt behandeld en afgedaan;
- verwerpt het beroep voor het overige.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en J.C.A.M. Claassens, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 26 mei 2020.