ECLI:NL:HR:2021:1154

ECLI:NL:HR:2021:1154, Hoge Raad, 16-07-2021, 20/04112

Instantie Hoge Raad
Datum uitspraak 16-07-2021
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 20/04112
Rechtsgebied Bestuursrecht; Belastingrecht
Procedure Cassatie
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:GHDHA:2020:2863
Formele relatie: ECLI:NL:GHAMS:2022:1789
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 6 zaken
Aangehaald door 5 zaken
3 wettelijke verwijzingen

Verwijst naar

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0002320 BWBR0006358 BWBR0018450

Samenvatting

Procesrecht, verzoek uitstel zitting, bezwaren tegen uitstel in het algemeen, belangenafweging, motivering.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

BELASTINGKAMER

Nummer 20/04112

Datum 16 juli 2021

ARREST

in de zaak van

[X] te [Z] (hierna: belanghebbende)

tegen

de STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN

op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gerechtshof Den Haag van 29 oktober 2020, nrs. BK-20/00486 en 20/00487, op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Den Haag (nrs. SGR 19/6032 en 19/6034) betreffende de aan belanghebbende voor de jaren 2013 en 2014 opgelegde aanslagen in de inkomstenbelasting/premievolksverzekeringen en de voor die jaren opgelegde aanslagen in de inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet, de daarbij gegeven beschikkingen inzake belastingrente en de voor het jaar 2014 gegeven boetebeschikking. De uitspraak van het Hof is aan dit arrest gehecht.

1. Geding in cassatie

Belanghebbende, vertegenwoordigd door S. Önemli, heeft tegen de uitspraak van het Hof beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. De Staatssecretaris, vertegenwoordigd door [P] , heeft een verweerschrift ingediend.

2. Beoordeling van het middel

In cassatie kan van het volgende worden uitgegaan.

Het onderzoek ter zitting van het Hof heeft plaatsgevonden op 29 oktober 2020. Uit het dossier van deze zaak blijkt het volgende. De uitnodiging voor de zitting heeft het Hof verzonden op 7 oktober 2020. Belanghebbende heeft op 13 oktober 2020 verzocht om uitstel van het onderzoek ter zitting vanwege de gezondheid van belanghebbende (in verband met COVID-19). Bij brief van 14 oktober 2020 heeft het Hof belanghebbende bericht:

“(…) Omdat nog volstrekt niet duidelijk is wanneer sprake zal zijn van een “betere datum”, staat het Hof onder de huidige omstandigheden in beginsel geen uitstel van mondelinge behandeling toe. In deze Coronatijd ligt het voor de hand oplossingen te zoeken om de soepele voortgang van de afhandeling van zaken te laten plaatshebben. (..)”

Op 28 oktober 2020 en de ochtend van 29 oktober 2020 heeft de gemachtigde van belanghebbende verzocht om uitstel van het onderzoek ter zitting omdat een collega van de gemachtigde positief was getest op COVID-19 en de gemachtigde (op advies van de gemeentelijke gezondheidsdienst) in quarantaine moest. De zitting heeft plaatsgevonden zonder aanwezigheid van belanghebbende of zijn gemachtigde.

Het Hof heeft, voor zover in cassatie van belang, als volgt overwogen:

“4. De mondelinge behandeling van het hoger beroep heeft plaatsgehad in Den Haag ter zitting van het Hof van 29 oktober 2020. De Inspecteur is verschenen. Van de kant van belanghebbende is niemand verschenen.

Ondanks de diverse keren, laatstelijk bij op 29 oktober 2020 om 09.40 uur door het Hof ontvangen e-mail, door de gemachtigde van belanghebbende, onder - overigens niet gedocumenteerde - verwijzingen naar omstandigheden in de sfeer van corona, aan het Hof gerichte en ook alle door het Hof, schriftelijk - de e-mail van 29 oktober 2020 met deze uitspraak - dan wel telefonisch, beantwoorde verzoeken om uitstel van de zitting, heeft het Hof in het licht van een goede procesgang en voortgang van de zaak besloten de mondelinge behandeling van de zaak te laten doorgaan en daaraan voorrang te geven, ook ter voorkoming van het verworden van de procedure tot een die als onnodig slepend is te karakteriseren.”

Het middel betoogt onder meer dat belanghebbende geen eerlijk proces heeft gehad doordat berechting plaatsvond buiten de aanwezigheid van belanghebbende en zijn gemachtigde en dat het Hof aan de beslissing geen uitstel te verlenen niet een belangenafweging ten grondslag heeft gelegd en dat het Hof deze beslissing onvoldoende of althans onbegrijpelijk heeft gemotiveerd.

Het Hof heeft bij afwijzing van de verzoeken volstaan met het vermelden van bezwaren tegen uitstel in het algemeen. Het Hof heeft daarmee niet doen blijken waarom die bezwaren in dit geval zwaarder moeten wegen dan de gronden die belanghebbende aan zijn verzoeken ten grondslag heeft gelegd. Het Hof heeft het oordeel over het niet verlenen van uitstel van de zitting aldus onvoldoende gemotiveerd. Het middel slaagt in zoverre.

Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen, kan de uitspraak van het Hof niet in stand blijven. Het middel voor het overige behoeft geen behandeling. Verwijzing moet volgen.

3. Proceskosten

De Staatssecretaris zal worden veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie.Door het verwijzingshof zal worden beoordeeld of aan belanghebbende een vergoeding moet worden toegekend voor de kosten van het geding voor het Hof en van het geding voor de Rechtbank en voor de kosten in verband met de behandeling van het bezwaar.

4. Beslissing

De Hoge Raad:

- verklaart het beroep in cassatie gegrond,

- vernietigt de uitspraak van het Hof,

- verwijst het geding naar het Gerechtshof Amsterdam ter verdere behandeling en beslissing van de zaak met inachtneming van dit arrest,

- draagt de Staatssecretaris van Financiën op aan belanghebbende te vergoeden het griffierecht van € 131 dat belanghebbende voor de behandeling van het beroep in cassatie heeft betaald, en

- veroordeelt de Staatssecretaris van Financiën in de kosten van belanghebbende voor het geding in cassatie, vastgesteld op € 1.496 voor beroepsmatig verleende rechtsbijstand.

Dit arrest is gewezen door de vice-president R.J. Koopman als voorzitter, en de raadsheren M.A. Fierstra en P.A.G.M. Cools, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 16 juli 2021.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl V-N Vandaag 2021/1762 V-N 2021/31.20 met annotatie van Redactie NLF 2021/1551 met annotatie van Yosra Ameziane BNB 2021/143 USZ 2021/357 met annotatie van Bogaard, E. van den AB 2022/110 met annotatie van R. Stijnen NTFR 2021/2425 met annotatie van mr. I. van Wijk Viditax (FutD) 2021071608 FutD 2021-2252
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?