HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 20/01610 B
Datum 23 november 2021
BESCHIKKING
op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de rechtbank Noord-Holland van 27 januari 2020, nummer RK 19-010982, op een klaagschrift als bedoeld in artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering, ingediend
door
[klager] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1987,
hierna: de klager.
1. Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de klager. Namens deze hebben J. Kuijper en T.E. Korff, beiden advocaat te Amsterdam, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.
De advocaat-generaal T.N.B.M. Spronken heeft bij conclusie van 15 juni 2021 geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van de klager in het cassatieberoep.
De raadslieden van de klager hebben daarop schriftelijk gereageerd.
De advocaat-generaal heeft bij aanvullende conclusie van 5 oktober 2021 gepersisteerd bij haar conclusie van 15 juni 2021.
De raadslieden van de klager hebben daarop schriftelijk gereageerd.
2. Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
Het cassatieberoep is gericht tegen een beschikking van de rechtbank Noord-Holland van 27 januari 2020 waarbij een klaagschrift van de klager strekkende tot teruggave van inbeslaggenomen stoffelijke overschotten van meerdere katten en een haas ongegrond is verklaard.
Bij de stukken van het geding bevindt zich een afschrift van een uitspraak van de rechtbank Noord-Holland van 16 maart 2021 in de strafzaak tegen de klager. In die uitspraak is beslist over de inbeslaggenomen voorwerpen waarvan de klager de teruggave heeft verzocht.
Deze beslissing over het beslag in de strafzaak betekent dat de klager geen belang meer heeft bij het beroep tegen de beschikking waarbij het klaagschrift ongegrond is verklaard. De klager moet daarom in het beroep niet-ontvankelijk worden verklaard. In de beschikking is immers een beslissing gegeven in afwachting van het oordeel van de strafrechter over het beslag. Door diens beslissing over het beslag in de strafzaak tegen de klager kan op het klaagschrift geen (andersluidende) beslissing meer volgen.
3. Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en M. Kuijer, in bijzijn van de waarnemend griffier B.C. Broekhuizen-Meuter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 23 november 2021.