ECLI:NL:HR:2021:1848

ECLI:NL:HR:2021:1848, Hoge Raad, 10-12-2021, 20/01616

Instantie Hoge Raad
Datum uitspraak 10-12-2021
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 20/01616
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Cassatie
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:PHR:2021:627
Formele relatie: ECLI:NL:GHAMS:2020:930
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 18 zaken
Aangehaald door 7 zaken
7 wettelijke verwijzingen

Verwijst naar

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001827 BWBR0001830 BWBR0002761 BWBR0005289 BWBR0005290 BWBR0005291 BWBR0034152

Samenvatting

Rekening en verantwoording. Goede-doelen-stichting. Motiveringsklachten.

Uitspraak

2. Uitgangspunten en feiten

In cassatie kan van het volgende worden uitgegaan.

(i) Chuminisan heeft ten doel om met behulp van een daartoe bestemd vermogen natuurlijke personen en rechtspersonen financieel te ondersteunen, in het kader van het algemeen belang, en meer in het bijzonder van medische, sociale, culturele en kerkelijke belangen. Vanaf de oprichting van Chuminisan in 1983 tot aan zijn overlijden in september 2016 is [betrokkene 1] (hierna: [betrokkene 1]) bestuurslid van Chuminisan geweest. [betrokkene 1] heeft in de jaren 1983 tot en met 1987 jaarlijks fl. 300.000,--, derhalve in totaal fl. 1.500.000,--, aan Chuminisan geschonken.

(ii) ADP is opgericht in juli 2012. Een van haar doelstellingen is het financieel ondersteunen van onderzoek naar de oorzaak van ernstige ziekten en/of de genezing daarvan, in het bijzonder kanker. ADP is de enige erfgenaam van [betrokkene 1].

(iii) ADP heeft Chuminisan in januari 2018 verzocht inzage te geven in de stand van haar vermogen, de wijze waarop haar vermogen is gebruikt en de activiteiten die zijn en worden ondernomen.

(iv) Chuminisan heeft ADP geantwoord dat ADP geen recht heeft op inzage in het vermogen van Chuminisan. Wel heeft Chuminisan uiteengezet dat zij per 31 december 2017 € 380.000,-- aan liquide middelen en € 185.000,-- aan niet verhandelbare aandelen heeft, dat zij al enige jaren geen activiteiten heeft ondernomen, maar dat het voornemen is dat wel weer te gaan doen. Het geld zal geschonken worden aan goede doelen. Daarna zal Chuminisan worden opgeheven.

(v) ADP heeft Chuminisan in juli 2018 verzocht om rekening en verantwoording af te leggen van het door haar gevoerde beleid, welk verzoek Chuminisan heeft afgewezen.

ADP vordert

- primair: dat Chuminisan wordt veroordeeld tot het afleggen van rekening en verantwoording aan ADP over het door haar gevoerde beleid, door aan de hand van bewijsstukken inzicht te verschaffen in haar inkomsten en uitgaven, waaronder de schenkingen die zij heeft gedaan en de keuzes die hieraan ten grondslag hebben gelegen, in het bijzonder aan de hand van bestuursbesluiten, jaarrekeningen, jaarverslagen, winst- en verliesrekeningen en bankafschriften; en

- subsidiair: dat in goede justitie een maatregel wordt getroffen.

De voorzieningenrechter heeft de primaire vordering toegewezen.

Het hof heeft het vonnis vernietigd en de vorderingen afgewezen. Het heeft daartoe als volgt overwogen:

“3.4 (…) Het bedrag dat [betrokkene 1] aan Chuminisan heeft geschonken, behoort toe aan Chuminisan. Uitgangspunt is daarom dat het tot de autonomie van Chuminisan behoort om over de besteding van dit bedrag te beslissen. ADP heeft niet aannemelijk gemaakt dat [betrokkene 1] zijn schenkingen heeft gedaan onder een voorwaarde, last of beding op grond waarvan Chuminisan gehouden is aan hem rekening en verantwoording af te leggen over de besteding van de schenkingen die hij aan Chuminisan heeft gedaan. Ook ADP zelf stelt, onder verwijzing naar HR 9 mei 2014, ECLI:NL:HR:2014:1089, dat in dit geval met name het ongeschreven recht van belang is, en zij beroept zich op de verwantschap van de rechtsverhouding tussen Chuminisan en [betrokkene 1] met gemeenschap, zaakwaarneming en – in het bijzonder – de overeenkomst van opdracht.

Het hof is voorshands evenwel van oordeel dat noch het feit dat [betrokkene 1] feitelijk nauw bij de oprichting en doelstelling van Chuminisan betrokken is geweest noch het feit dat [betrokkene 1] tot zijn overlijden deel heeft uitgemaakt van het bestuur van Chuminisan noch ook het feit dat Chuminisan ingevolge haar doelstelling gehouden is tot een bepaalde besteding van haar vermogen, de gevolgtrekking kan rechtvaardigen dat krachtens ongeschreven recht tussen Chuminisan enerzijds en [betrokkene 1] anderzijds met of naast de schenkingsovereenkomst een rechtsverhouding is ontstaan die Chuminisan verplicht om zich jegens [betrokkene 1] respectievelijk diens rechtsopvolgers omtrent de behoorlijkheid van het door haar gevoerde vermogensrechtelijke beleid te verantwoorden. Ook als [betrokkene 1] door zijn lidmaatschap van het bestuur van Chuminisan heeft uitgedragen dat hij wilde weten wat Chuminisan met het door hem geschonken vermogen deed, impliceert dat niet dat Chuminisan verplicht is om aan [betrokkene 1] in privé rekening en verantwoording af te leggen over het door haar gevoerde vermogensrechtelijke beleid. ADP noemt geen andere relevante omstandigheden waaruit dat in dit geval wel zou voortvloeien – als zodanige omstandigheid geldt niet dat ADP vindt dat zij redenen heeft om Chuminisan ervan te verdenken dat zij geen behoorlijk vermogensrechtelijk beleid heeft gevoerd. (…)”

3. Beoordeling van het middel in het principale beroep

De onderdelen 1-2 van het middel komen met rechts- en motiveringsklachten op tegen het oordeel van het hof in rov. 3.4 dat de door ADP aangevoerde omstandigheden niet de gevolgtrekking kunnen rechtvaardigen dat krachtens ongeschreven recht tussen Chuminisan en [betrokkene 1] een rechtsverhouding is ontstaan die Chuminisan verplicht om zich jegens [betrokkene 1] respectievelijk diens rechtsopvolgers omtrent de behoorlijkheid van het door haar gevoerde vermogensrechtelijke beleid te verantwoorden.

Een verplichting tot het doen van rekening en verantwoording kan worden aangenomen indien tussen partijen een rechtsverhouding bestaat of heeft bestaan krachtens welke de een jegens de ander (de rechthebbende) verplicht is om zich omtrent de behoorlijkheid van enig vermogensrechtelijk beleid te verantwoorden. Een zodanige verhouding kan voortvloeien uit de wet, een rechtshandeling of ongeschreven recht. Aan het oordeel dat op grond van ongeschreven recht een verplichting bestaat om zich te verantwoorden over de behoorlijkheid van het gevoerde beheer, kan bijdragen dat sprake is van een rechtsverhouding die verwantschap vertoont met een of meer in de wet geregelde gevallen waarin een dergelijke verplichting is neergelegd, zoals gemeenschap, opdracht of zaakwaarneming. Voor het overige is het antwoord op de vraag of een zodanige verantwoording geboden is, sterk afhankelijk van de omstandigheden van het geval. Omstandigheden die in dit verband een rol kunnen spelen zijn onder meer: (i) de redenen waarom het beheer is gevoerd, (ii) de verhouding die bestond tussen degene die het beheer voerde en de rechthebbende, (iii) hetgeen in de relatie tussen partijen of in soortgelijke gevallen gebruikelijk is of was, (iv) de mate waarin degene die het beheer voerde, zelfstandig kon en mocht handelen, en (v) de mate waarin de rechthebbende in staat is geweest de handelingen van degene die het beheer voerde te overzien en voor zijn belangen op te komen.

De klachten dat het hof heeft miskend dat de door ADP aangevoerde omstandigheden wel degelijk een rol kunnen spelen bij de vraag of krachtens ongeschreven recht een rechtsverhouding is ontstaan die meebrengt dat Chuminisan zich moet verantwoorden over de behoorlijkheid van het door haar gevoerde vermogensrechtelijke beleid, falen bij gebrek aan feitelijke grondslag. Het oordeel van het hof moet aldus worden begrepen dat de aangevoerde omstandigheden in dit geval onvoldoende zijn voor die gevolgtrekking. Het hof heeft dus niet geoordeeld dat dergelijke omstandigheden geen rol zouden kunnen spelen.

De klachten dat het oordeel onbegrijpelijk is omdat zonder nadere motivering niet valt in te zien waarom de door ADP aangevoerde omstandigheden de bedoelde gevolgtrekking niet rechtvaardigen, kunnen evenmin tot cassatie leiden. Het hof heeft bij zijn oordeel betrokken dat het bedrag dat [betrokkene 1] aan Chuminisan heeft geschonken tot het vermogen van Chuminisan behoort. Het hof heeft tegen die achtergrond en met inachtneming van de doelstelling van Chuminisan geoordeeld dat de betrokkenheid, bij leven, van [betrokkene 1] bij Chuminisan, bij gebreke van relevante omstandigheden die in andere richting wijzen, niet meebrengt dat een rechtsverhouding is ontstaan die Chuminisan verplicht zich jegens ([betrokkene 1] in privé en) diens rechtsopvolgers te verantwoorden. Anders dan het onderdeel aanvoert, heeft het hof zijn oordeel daarmee voldoende gemotiveerd.

Onderdeel 4 klaagt dat het hof ten onrechte niet heeft beslist op de subsidiaire vordering van ADP, die strekt tot het in goede justitie treffen van een maatregel. Het onderdeel voert aan dat toewijzing daarvan bijvoorbeeld kan bestaan in een veroordeling van Chuminisan die inhoudt dat zij op hoofdlijnen inzicht dient te geven in het door haar gevoerde vermogensrechtelijke beleid.

De klacht faalt omdat ADP in de feitelijke instanties haar subsidiaire vordering, die in algemene termen is verwoord, niet heeft toegelicht. Het hof behoefde op deze vordering daarom niet afzonderlijk in te gaan.

De overige klachten van het middel kunnen evenmin tot cassatie leiden. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie art. 81 lid 1 RO).

Het principale beroep faalt. Daarmee is de voorwaarde waaronder het incidentele beroep is ingesteld, niet vervuld, zodat het geen behandeling behoeft.

4. Beslissing

De Hoge Raad:

- verwerpt het principale beroep;

- veroordeelt ADP in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Chuminisan begroot op € 902,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.

Dit arrest is gewezen door de raadsheren H.M. Wattendorff, als voorzitter, F.J.P. Lock en A.E.B. ter Heide, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer H.M. Wattendorff op 10 december 2021.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl ERF-Updates.nl 2021-0368 NJB 2022/9 RvdW 2022/3 NJ 2022/2 JOR 2022/139 met annotatie van prof. mr. drs. C.M. Harmsen
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?