ECLI:NL:HR:2021:187

ECLI:NL:HR:2021:187, Hoge Raad, 05-02-2021, 20/01817

Instantie Hoge Raad
Datum uitspraak 05-02-2021
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 20/01817
Rechtsgebied Bestuursrecht; Belastingrecht
Procedure Cassatie
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:GHSHE:2020:1478
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 16 zaken
Aangehaald door 7 zaken
9 wettelijke verwijzingen

Verwijst naar

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001827 BWBR0006358 BWBR0011353 CELEX:32000X1218 CELEX:32004R0883 CELEX:32009R0987 EU:32000X1218 EU:32004R0883 EU:32009R0987

Samenvatting

Rijnvarendenovereenkomst, heffing premie volksverzekeringen, verrekening met in andere staat betaalde premies?

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

BELASTINGKAMER

Nummer 20/01817

Datum 5 februari 2021

ARREST

in de zaak van

de STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN

tegen

[X] te [Z] (hierna: belanghebbende)

op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch van 7 mei 2020, nr. 19/00392 op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant (nr. BRE 16/5553), betreffende de aan belanghebbende voor het jaar 2013 opgelegde aanslag in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen en de daarbij gegeven beschikking inzake belastingrente. De uitspraak van het Hof is aan dit arrest gehecht.

1. Geding in cassatie

De Staatssecretaris heeft tegen de uitspraak van het Hof beroep in cassatie ingesteld. Het

beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

Het incidenteel beroep in cassatie is blijkens het beroepschrift door een beroepsmatig optredende rechtsbijstandverlener ingesteld namens belanghebbende en op 23 september 2020 per fax door de Hoge Raad ontvangen.

Artikel 1 van het Besluit van 6 maart 2019, Staatsblad 2020, 99, brengt mee dat een beroepsmatig optredende rechtsbijstandverlener verplicht is om in cassatie stukken digitaal in te dienen. Van de geboden herstelmogelijkheid om het incidenteel beroep in cassatie digitaal in te dienen heeft de beroepsmatig optredende rechtsbijstandverlener geen gebruik gemaakt. Daarom slaat de Hoge Raad geen acht op dit stuk.

2. Beoordeling van het middel

In cassatie kan van het volgende worden uitgegaan.

Belanghebbende heeft in de aangifte inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen voor het jaar 2013 verzocht om vrijstelling voor de premie volksverzekeringen. De Inspecteur heeft die vrijstelling voor de periode 1 maart 2013 tot en met 31 juli 2013 niet verleend en over die periode premie volksverzekeringen geheven.

Belanghebbende was als rijnvarende van 1 januari 2013 tot en met 31 juli 2013 werkzaam aan boord van het motortankschip [schip 1]. Belanghebbende was van 1 januari 2013 tot en met 28 februari 2013 in dienst bij [L] GmbH te Duitsland en van 1 maart 2013 tot en met 31 juli 2013 bij [M] Limited te Cyprus. Over de periode 1 maart 2013 tot en met 31 juli 2013 zijn op het loon van belanghebbende Cypriotische socialeverzekeringspremies ingehouden. De Sociale Verzekeringsbank (hierna: SVB) heeft met dagtekening 24 juni 2014 aan belanghebbende een A1-verklaring afgegeven dat op hem voor de periode van 1 januari 2013 tot en met 31 december 2014 de Nederlandse socialeverzekeringswetgeving van toepassing is.

Voor het Hof was in geschil of belanghebbende voor de periode 1 maart 2013 tot en met 31 juli 2013 een vrijstelling toekomt voor de heffing van de premie volksverzekeringen.

Het Hof heeft geoordeeld dat belanghebbende in de periode van 1 maart 2013 tot en met 31 juli 2013 verzekerd en premieplichtig is in Nederland. Daarbij is het Hof ervan uitgegaan dat de belastingrechter gebonden is aan de A1-verklaring van de SVB. Het Hof heeft de ingehouden Cypriotische socialeverzekeringspremies in mindering gebracht op de in Nederland verschuldigde premie volksverzekeringen.

Het middel betoogt dat het verminderen van de in Nederland verschuldigde premie volksverzekeringen met de ingehouden Cypriotische socialeverzekeringspremies in strijd is met de artikelen 16 en 73, lid 2, van Verordening (EG) 987/2009 van 16 september 2009 tot vaststelling van de wijze van toepassing van Verordening (EG) nr. 883/2004 betreffende de coördinatie van de socialezekerheidsstelsels alsmede met artikel 9.2 Wet IB 2001.

Het middel slaagt (zie HR 10 juli 2020, ECLI:NL:HR:2020:1150, rechtsoverwegingen 4.3.1 tot en met 4.3.10). De uitspraak van het Hof moet worden vernietigd en de uitspraak van de Rechtbank moet worden bevestigd.

3. Proceskosten

De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.

4. Beslissing

De Hoge Raad:

- verklaart het beroep in cassatie gegrond,

- vernietigt de uitspraak van het Hof, en

- bevestigt de uitspraak van de Rechtbank.

Dit arrest is gewezen door de raadsheer J. Wortel als voorzitter, en de raadsheren A.F.M.Q. Beukers-van Dooren en P.A.G.M. Cools, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 5 februari 2021.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl V-N Vandaag 2021/284 V-N 2021/8.9 BNB 2021/53 NLF 2021/0380 met annotatie van Gabriëlle van de Ven RSV 2021/162 NTFR 2021/498 met annotatie van mr. J.D. Schouten FutD 2021-0397 Viditax (FutD) 2021020511
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?