ECLI:NL:HR:2021:226

ECLI:NL:HR:2021:226, Hoge Raad, 12-02-2021, 20/03136

Instantie Hoge Raad
Datum uitspraak 12-02-2021
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 20/03136
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Cassatie
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:PHR:2020:1218
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 12 zaken
1 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001840

Samenvatting

Wet zorg en dwang (Wzd). Medische verklaring afgegeven door arts die verbonden is aan de zorgaanbieder van de accommodatie waarin de betrokkene al verblijft; moet de rechter art. 26 lid 7 (oud) Wzd ambtshalve toepassen?

Uitspraak

2. Uitgangspunten en feiten

Bij beschikking van 15 juli 2019 heeft de rechtbank op de voet van de Wet Bopz (oud) een machtiging tot voortgezet verblijf verleend tot en met 10 juli 2020.

In dit geding verzoekt het CIZ de rechtbank op de voet van art. 24 Wet zorg en dwang (hierna: Wzd) een machtiging te verlenen tot voortzetting van het verblijf van betrokkene in een accommodatie voor de duur van vijf jaar.

Bij het verzoekschrift is onder meer een medische verklaring gevoegd, die is opgesteld door de specialist ouderengeneeskundige [betrokkene 7].

De rechtbank heeft een machtiging verleend tot voortzetting van het verblijf van betrokkene voor de duur van twee jaren, tot en met uiterlijk 8 juli 2022.

3. Beoordeling van het middel

Het middel klaagt dat de medische verklaring niet voldoet aan de eisen van art. 26 lid 7 (oud) Wzd, nu die verklaring is verstrekt door een arts die is verbonden aan de zorgaanbieder van de accommodatie waarin betrokkene al verblijft. Mede gelet op art. 5 lid 1, aanhef en onder e, EVRM en art. 15 Grondwet heeft de rechtbank ten onrechte de verzochte machtiging verleend op basis van deze medische verklaring, aangezien niemand van zijn vrijheid mag worden beroofd buiten de gevallen bij of krachtens de wet voorzien, aldus de klacht.

Op het tijdstip waarop de rechtbank haar in cassatie bestreden beschikking gaf, bepaalde art. 26 lid 7 (oud) Wzd:

“Indien het verzoek een cliënt betreft die al in een accommodatie verblijft, kan de in het vijfde lid, onderdeel d, bedoelde verklaring niet worden verstrekt door de arts die verbonden is aan de desbetreffende zorgaanbieder”.

Met “de desbetreffende zorgaanbieder” werd blijkens art. 26 lid 7 (oud) Wzd gedoeld op de zorgaanbieder van de accommodatie waarin de betrokkene al verblijft (zie ook art. 26 lid 6, onder a, (oud) Wzd).

De omstandigheid dat het bepaalde in art. 26 lid 7 (oud) Wzd inmiddels is vervallen door de inwerkingtreding van de Wet van 7 oktober 2020, is onvoldoende om te oordelen dat reeds vóór die inwerkingtreding een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf in een accommodatie op de voet van de Wzd kon worden verleend met gebruikmaking van een medische verklaring die is verstrekt door een arts die verbonden is aan de zorgaanbieder van de accommodatie waarin de betrokkene al verblijft.

Blijkens het stempel onder en de adresgegevens op de medische verklaring is de arts die deze verklaring heeft afgegeven, werkzaam bij zorgaanbieder Meriant. Meriant is de zorgaanbieder van de accommodatie waar betrokkene verblijft, zoals blijkt uit de kop van de beschikking van de rechtbank. Betrokkene of haar advocaat heeft bij de behandeling van het verzoek door de rechtbank niet aangevoerd dat de bij het verzoek gevoegde medische verklaring niet voldeed aan het hiervoor in 3.2 bedoelde, wettelijke vereiste dat de medische verklaring is verstrekt door een arts die niet is verbonden aan de zorgaanbieder van de accommodatie waar de betrokkene verblijft. De rechtbank had echter ambtshalve moeten constateren dat aan dat vereiste niet was voldaan, nu hier het grondrecht in het geding is dat niemand zijn vrijheid mag worden ontnomen buiten de gevallen bij of krachtens de wet bepaald (art. 5 lid 1, aanhef en onder e, EVRM en art. 15 lid 1 Grondwet). Het middel slaagt dus.

4. Beslissing

De Hoge Raad:

- vernietigt de beschikking van de rechtbank Noord-Nederland van 8 juli 2020;

- wijst het geding terug naar die rechtbank ter verdere behandeling en beslissing.

Deze beschikking is gegeven door de raadsheren T.H. Tanja-van den Broek, als voorzitter, H.M. Wattendorff en A.E.B. ter Heide, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.J. Kroeze op 12 februari 2021.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl NJB 2021/583 NJ 2021/63 RvdW 2021/209
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?