HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 20/01433 B
Datum 13 juli 2021
BESCHIKKING
op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de rechtbank Midden-Nederland van 2 april 2020, nummer RK 19/2552, op een klaagschrift als bedoeld in artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering, ingediend
door
[klager] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1997,
hierna: de klager.
1. Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de klager. Namens deze hebben L.C. de Lange en R.P. van der Graaf, beiden advocaat te Utrecht, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.
De advocaat-generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van de klager in zijn cassatieberoep.
2. Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
Voor zover hier van belang, gaat het in deze zaak om de inbeslagneming onder de klager van een mobiele telefoon, merk Apple iPhone 6s. De rechtbank heeft het klaagschrift van de klager dat strekt tot teruggave aan hem van dat inbeslaggenomen voorwerp ongegrond verklaard.
Uit door de advocaat-generaal ingewonnen inlichtingen blijkt dat de inbeslaggenomen mobiele telefoon waarop het cassatiemiddel betrekking heeft, is teruggegeven aan de klager.
Artikel 134 lid 2 van het Wetboek van Strafvordering luidt:
“Het beslag wordt beëindigd doordat hetzij
a. het inbeslaggenomen voorwerp wordt teruggegeven, dan wel de waarde daarvan wordt uitbetaald;
(...)”
Hieruit volgt dat het beslag op de mobiele telefoon inmiddels is beëindigd. Daarom zal de Hoge Raad het cassatieberoep van de klager niet in behandeling nemen.
3. Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en A.L.J. van Strien, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 13 juli 2021.