ECLI:NL:HR:2022:1066

ECLI:NL:HR:2022:1066, Hoge Raad, 12-07-2022, 20/03461

Instantie Hoge Raad
Datum uitspraak 12-07-2022
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 20/03461
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Artikel 81 RO-zaken
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:PHR:2022:354
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 11 zaken
Aangehaald door 1 zaken
6 wettelijke verwijzingen

Verwijst naar

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001830 BWBR0001854 BWBR0001941 BWBR0003628 BWBR0004825 BWBR0006622

Samenvatting

Medeplegen van hennepteelt in Duitsland en invoeren en verwerken van die hennep (art. 3.A en 3.B Opiumwet), medeplegen van en medeplichtigheid aan hennepteelt op meerdere locaties in Nederland (art. 3.B Opiumwet), bezit cocaïne en amfetamine (art. 2.C Opiumwet), bezit hennep(stekjes) (art. 3.C Opiumwet), (medeplegen van) witwassen van voertuigen en geldbedragen (art. 420bis.1.b Sr) en deelneming criminele organisatie (art. 140.1 Sr). 1. Bewijsklachten. 2. Verlating grondslag tll. 3. Art. 63 Sr. 4. HR ambtshalve: verjaring opzettelijk aanwezig hebben hennep(stekjes). Ad 1 t/m 3. HR: art. 81.1 RO. Ad 4. Om redenen vermeld in CAG is onder 10 tlgd. feit (op of omstreeks 19-01-10 (medeplegen van) opzettelijk aanwezig hebben van 5 hennepstekjes en 48 gram hennep) verjaard. HR zal OM in zoverre niet-ontvankelijk verklaren in vervolging. Omdat aard en ernst van wat overigens is bewezenverklaard hierdoor niet worden aangetast bestaat onvoldoende grond voor vermindering duur gevangenisstraf. CAG: Feit 10 is verjaard (op 20-01-22) na indiening schriftuur, zodat in cassatie hierover niet kon worden geklaagd. Volgt vernietiging en n-o verklaring t.a.v. feit 10 en verwerping voor het overige. Samenhang met 20/03419, 20/03425, 20/03447, 20/003468 en 20/03510.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 20/03461

Datum 12 juli 2022

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 19 oktober 2020, nummer 20-002464-15, in de strafzaak

tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1982,

hierna: de verdachte.

1. Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben I.T.H.L. van de Bergh en S.J.F. van Merm, beiden advocaat te Maastricht, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden arrest, maar uitsluitend wat betreft de beslissingen ter zake van het onder 10 tenlastegelegde, behoudens voor zover daarbij het vonnis van de rechtbank is vernietigd, tot niet-ontvankelijkverklaring van de officier van justitie in de vervolging ter zake van het onder 10 tenlastegelegde, en tot verwerping van het beroep voor het overige.

2. Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3. Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof

Op grond van wat is vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal onder 60 is de Hoge Raad van oordeel dat het onder 10 tenlastegelegde feit is verjaard.

De Hoge Raad zal wat betreft feit 10 het openbaar ministerie niet-ontvankelijk verklaren in de vervolging. Voor het verminderen van de duur van de opgelegde gevangenisstraf bestaat onvoldoende grond, omdat de aard en de ernst van wat overigens ten laste van de verdachte is bewezenverklaard niet worden aangetast door deze gedeeltelijke niet-ontvankelijkverklaring.

4. Beslissing

De Hoge Raad:

- vernietigt de uitspraak van het hof en de uitspraak van de rechtbank Limburg van 17 juli 2015, maar uitsluitend wat betreft de beslissingen over het onder 10 tenlastegelegde;

- verklaart het openbaar ministerie niet-ontvankelijk in de vervolging wat betreft het onder 10 tenlastegelegde;

- verwerpt het beroep voor het overige.

Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren J.C.A.M. Claassens en A.E.M. Röttgering, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 12 juli 2022.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl RvdW 2022/785
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?