ECLI:NL:HR:2022:1126

ECLI:NL:HR:2022:1126, Hoge Raad, 02-09-2022, 21/00833

Instantie Hoge Raad
Datum uitspraak 02-09-2022
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 21/00833
Rechtsgebied Bestuursrecht; Belastingrecht
Procedure Cassatie
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:PHR:2021:754
Formele relatie: ECLI:NL:GHAMS:2021:108
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 8 zaken
Aangehaald door 2 zaken
5 wettelijke verwijzingen

Verwijst naar

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001830 BWBR0002320 BWBR0002471 BWBR0005537 BWBR0011353

Samenvatting

Artikel 7.2, lid 2, aanhef en letter b, van de Wet IB 2001. Werknemer verricht geen werkzaamheden meer voor werkgever, en emigreert dan naar Costa Rica. Is loon ontvangen na emigratie in Nederland belast?

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

BELASTINGKAMER

Nummer 21/00833

Datum 2 september 2022

ARREST

in de zaak van

[X] te [Z], Costa Rica, (hierna: belanghebbende)

tegen

de STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN

op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam van 28 januari 2021, nr. 19/01361, op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Noord-Holland (nr. HAA 18/3758) betreffende de aan belanghebbende voor het jaar 2015 opgelegde aanslag in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen.

1. Geding in cassatie

Belanghebbende, vertegenwoordigd door J.A.J.H.M. Tummers, heeft tegen de uitspraak van het Hof beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Staatssecretaris, vertegenwoordigd door [P], heeft een verweerschrift ingediend.

Belanghebbende heeft een conclusie van repliek ingediend.

De Advocaat-Generaal R.E.C.M. Niessen heeft op 11 augustus 2021 geconcludeerd tot gegrondverklaring van het beroep in cassatie.

De Staatssecretaris heeft schriftelijk op de conclusie gereageerd.

2. Uitgangspunten in cassatie

Belanghebbende woonde in Nederland en was sinds 1997 als werknemer en bestuurder verbonden aan een in Nederland gevestigde vennootschap (hierna: de vennootschap).

Naar aanleiding van een conflict tussen belanghebbende en de overige bestuurders zijn belanghebbende en onder andere de vennootschap overeengekomen dat belanghebbende in 2015 in dienst bleef van de vennootschap en dat hij zijn normale basissalaris van € 90.000 doorbetaald kreeg. Belanghebbende is daarbij medegedeeld dat de vennootschap niet langer gebruik zou maken van zijn diensten. Per 31 december 2015 is belanghebbende uit dienst getreden.

Belanghebbende is op 15 maart 2015 geëmigreerd naar Costa Rica.

In zijn aangifte voor de inkomstenbelasting/premieheffing volksverzekeringen voor het jaar 2015 heeft belanghebbende zijn in dat jaar genoten loon, groot € 90.407, niet tot dat bedrag opgenomen, maar tot een bedrag van € 18.835, zijnde het tijdsevenredig bepaalde deel van het loon over de periode 1 januari 2015 tot 15 maart 2015. De Inspecteur heeft bij de aanslagregeling het loon over het gehele jaar 2015 in de heffing betrokken.

Bij het Hof was in geschil of de door belanghebbende in de periode van 15 maart 2015 tot en met 31 december 2015 van de vennootschap ontvangen inkomsten in Nederland terecht zijn betrokken in de heffing van inkomstenbelasting.

Het Hof heeft geoordeeld dat het loon dat belanghebbende heeft ontvangen voor de periode van 15 maart 2015 tot 31 december 2015 in Nederland door hem als buitenlands belastingplichtige zijn genoten: namelijk ter zake van het verrichten dan wel het hebben verricht van arbeid in dienstbetrekking in Nederland. De omstandigheid dat tegenover de ontvangen loonbetalingen geen daadwerkelijke arbeid is verricht, staat volgens het Hof niet in de weg aan de toepassing van artikel 7.2, lid 2, aanhef en letter b, van de Wet IB 2001.

3. Beoordeling van de middelen

Het eerste middel is gericht tegen het hiervoor in 2.5.2 weergegeven oordeel van het Hof. Het middel keert zich in het bijzonder tegen de in de laatste volzin van 2.5.2 weergegeven overweging van het Hof dat de omstandigheid dat tegenover de ontvangen loonbetalingen geen daadwerkelijke arbeid in Nederland is verricht niet in de weg staat aan de toepassing van artikel 7.2, lid 2, aanhef en letter b, van de Wet IB 2001. Volgens het middel is dit rechtstreeks in strijd met de bewoordingen van die wetsbepaling.

Loon uit dienstbetrekking wordt genoten ter zake van het in Nederland verrichten van arbeid in de zin van artikel 7.2, lid 2, aanhef en letter b, van de Wet IB 2001, wanneer het de beloning vormt voor een door de werknemer aanvaarde verplichting om in Nederland arbeid te verrichten. Dan wordt dat loon genoten ter zake van het in Nederland verrichten van arbeid. Dit geldt ook als de werknemer geen arbeid verricht omdat de werkgever geen gebruik maakt van zijn recht op de arbeidsprestatie van de werknemer. Daarom staat de omstandigheid dat tegenover de ontvangen loonbetalingen de overeengekomen werkzaamheden in Nederland niet daadwerkelijk zijn verricht, niet in de weg aan de toepassing van artikel 7.2, lid 2, aanhef en letter b, van de Wet IB 2001. Het middel faalt daarom.

De overige middelen kunnen evenmin tot cassatie leiden. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van die middelen is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie).

4. Proceskosten

De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.

5. Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.

Dit arrest is gewezen door de vice-president R.J. Koopman als voorzitter, en de raadsheren J. Wortel, M.T. Boerlage, P.A.G.M. Cools en A.E.H. van der Voort Maarschalk, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 2 september 2022.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl V-N Vandaag 2022/2087 NTFR 2022/3171 met annotatie van mr. dr. B.M.M. Didden V-N 2022/38.4 met annotatie van Redactie NLF 2022/1755 met annotatie van Erik Swaving Dijkstra BNB 2022/125 met annotatie van P. KAVELAARS FED 2024/81 met annotatie van S.P.M. Kramer Viditax (FutD) 2022090201 FutD 2022-2401
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?