ECLI:NL:HR:2022:1322

ECLI:NL:HR:2022:1322, Hoge Raad, 04-10-2022, 20/00547

Instantie Hoge Raad
Datum uitspraak 04-10-2022
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 20/00547
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Cassatie
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:PHR:2022:667
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 17 zaken
Aangehaald door 3 zaken
3 wettelijke verwijzingen

Verwijst naar

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001830 BWBR0001854 BWBR0001903

Samenvatting

(Medeplegen) verduistering, meermalen gepleegd (art. 321 Sr), medeplegen afpersing (art. 317.1 jo. 312.2.2 Sr), medeplegen schuldheling (art. 417bis.1.a Sr), valsheid in geschrift (art. 225.2 Sr) en deelname aan criminele organisatie (art. 140.1 Sr). 1. Verjaring medeplegen verduistering, schuldheling, valsheid in geschrift en deelname aan criminele organisatie. 2. Gebruikte bewijsmiddelen ontbreken in arrest, terwijl arrest evenmin met b.m. is aangevuld. Ad 1. HR: Middelen slagen op redenen vermeld in CAG. HR verklaart OM t.a.v. 5 (van de 7) feiten n-o in vervolging. Ad 2. O.g.v. art. 365a jo. 415 Sv moet verkort arrest waartegen gewoon rechtsmiddel wordt aangewend binnen 4 maanden worden aangevuld met b.m. Raadsvrouw heeft o.g.v. art. 4.3.6.3 Procesreglement HR verzocht om toezending van de voor arrest gebruikte b.m. Bij stukken bevinden zich die b.m. niet maar wel brief van griffier hof op grond waarvan moet worden aangenomen dat arrest niet is aangevuld met b.m. Volgt (partiƫle) vernietiging en terugwijzing. CAG gaat in op ontvankelijkheid van cassatieberoep (art. 432.2 Sv). Samenhang met 20/00548 P.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 20/00547

Datum 4 oktober 2022

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof te Arnhem van 29 oktober 1999, nummer 21-000230-99, in de strafzaak

tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum ] 1970,

hierna: de verdachte.

1. Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft C.M. Peeperkorn, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De advocaat-generaal B.F. Keulen heeft geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden arrest, tot het niet-ontvankelijk verklaren van het openbaar ministerie in de vervolging van hetgeen onder 1, 2, 4, 5 en 7 aan de verdachte ten laste is gelegd en tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden opdat de zaak met inachtneming van de hiervoor genoemde beslissingen op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan.

2. Beoordeling van het eerste en het tweede cassatiemiddel

Het eerste cassatiemiddel voert aan dat wat betreft feit 1, feit 2 en feit 4 het recht tot strafvordering wegens verjaring is vervallen. Het tweede cassatiemiddel voert aan dat wat betreft feit 5 en feit 7 het recht tot strafvordering wegens verjaring is vervallen. De cassatiemiddelen lenen zich voor gezamenlijke bespreking.

De cassatiemiddelen slagen. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal onder 11 tot en met 21 en 25 tot en met 30.

De Hoge Raad zal wat betreft feit 1, feit 2, feit 4, feit 5 en feit 7 het openbaar ministerie niet-ontvankelijk verklaren in de vervolging.

3. Beoordeling van het derde cassatiemiddel

Het cassatiemiddel klaagt dat de gebruikte bewijsmiddelen ontbreken in het arrest en dat het arrest evenmin met bewijsmiddelen is aangevuld.

Op grond van artikel 365a van het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv) in verbinding met artikel 415 Sv moet een verkort arrest waartegen een gewoon rechtsmiddel wordt aangewend binnen vier maanden worden aangevuld met de bewijsmiddelen.

De raadsvrouw van de verdachte heeft op grond van artikel 4.3.6.3 van het Procesreglement Hoge Raad der Nederlanden onder meer verzocht om de toezending van de voor het arrest gebruikte bewijsmiddelen. Bij de stukken bevinden zich die bewijsmiddelen niet, maar wel een brief van de griffier van het hof op grond waarvan moet worden aangenomen dat het arrest niet is aangevuld met de bewijsmiddelen.

Het cassatiemiddel is terecht voorgesteld.

4. Beoordeling van de overige cassatiemiddelen

Gelet op de beslissing die hierna volgt, is bespreking van het vierde en het vijfde cassatiemiddel niet nodig.

5. Beslissing

De Hoge Raad:

- vernietigt de uitspraak van het hof;

- verklaart het openbaar ministerie niet-ontvankelijk in de vervolging wat betreft het onder 1, 2, 4, 5 en 7 tenlastegelegde;

- wijst de zaak terug naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, opdat de zaak voor het overige opnieuw wordt berecht en afgedaan.

Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en T. Kooijmans, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 4 oktober 2022.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl RvdW 2022/937
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?