HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 20/03799
Datum 15 november 2022
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 6 november 2020, nummer 21-004300-19, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1991,
hierna: de verdachte.
1. Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft V.C. van der Velde, advocaat te Almere, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot vernietiging van de uitspraak van het hof en tot het verstaan dat het tegen het vonnis van de rechtbank Midden-Nederland, zittingsplaats Lelystad, ingestelde hoger beroep is ingetrokken.
2. Beoordeling van het cassatiemiddel
Het cassatiemiddel klaagt dat het hof de zaak op de terechtzitting in hoger beroep van 23 oktober 2020 ten onrechte heeft behandeld, omdat het – alleen door de verdachte ingestelde - hoger beroep voorafgaand aan de terechtzitting was ingetrokken.
Het cassatiemiddel slaagt. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal onder 4, 5, 6, 10, 15 en 16. De Hoge Raad zal de zaak zelf afdoen en verstaan dat het hoger beroep tijdig is ingetrokken.
3. Beslissing
De Hoge Raad:
- vernietigt de uitspraak van het hof;
- verstaat dat het tegen het vonnis van de rechtbank Midden-Nederland van 29 juli 2019 ingestelde hoger beroep tijdig is ingetrokken.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en A.E.M. Röttgering, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 15 november 2022.