ECLI:NL:HR:2022:1796

ECLI:NL:HR:2022:1796, Hoge Raad, 02-12-2022, 21/04650

Instantie Hoge Raad
Datum uitspraak 02-12-2022
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 21/04650
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Artikel 81 RO-zaken
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:PHR:2022:806
Formele relatie: ECLI:NL:GHAMS:2021:2428
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 8 zaken
Aangehaald door 1 zaken
9 wettelijke verwijzingen

Verwijst naar

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001827 BWBR0001830 BWBR0003403 BWBR0005289 BWBR0005290 BWBR0008656 BWBR0018329 BWBR0020368 BWBR0037891

Samenvatting

Art. 81 lid 1 RO. Contractenrecht. Bancaire zorgplicht. Overkreditering; weigeringsplicht, art. 51 Wfd (oud); weigering toestemming verhuur zonder beperkende voorwaarden.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

CIVIELE KAMER

Nummer 21/04650

Datum 2 december 2022

ARREST

In de zaak van

[eiseres],

wonende te [woonplaats],

EISERES tot cassatie,

hierna: [eiseres],

advocaat: P.A. Fruytier,

tegen

ABN AMRO BANK N.V.,

gevestigd te Amsterdam,

VERWEERSTER in cassatie,

hierna: ABN AMRO,

advocaat: F.E. Vermeulen.

1. Procesverloop in cassatie

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:

a. de vonnissen in de zaak C/13/627585 / HA ZA 17-411 van de rechtbank Amsterdam van 16 mei 2018, 23 januari 2019 en 20 februari 2019;

b. het arrest in de zaak 200.261.250/01 van het gerechtshof Amsterdam van 10 augustus 2021.

[eiseres] heeft tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.

ABN AMRO heeft geconcludeerd tot verwerping van het cassatieberoep.

De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten, voor [eiseres] mede door G.J. Standhardt en L.M. van Ringelestijn en voor ABN AMRO mede door J.K.G. Meijer en L.M. Münchow.

De conclusie van de plaatsvervangend Procureur-Generaal M.H. Wissink strekt tot verwerping van het cassatieberoep.

De advocaat van [eiseres] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2. Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3. Beslissing

De Hoge Raad:

- verwerpt het beroep;

- veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van ABN AMRO begroot op € 7.086,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.

Dit arrest is gewezen door de raadsheren C.E. du Perron, als voorzitter, F.J.P. Lock en F.R. Salomons, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.J.P. Lock op 2 december 2022.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl RvdW 2022/1167
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?