ECLI:NL:HR:2022:1835

ECLI:NL:HR:2022:1835, Hoge Raad, 09-12-2022, 22/02513

Instantie Hoge Raad
Datum uitspraak 09-12-2022
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 22/02513
Rechtsgebied Bestuursrecht; Belastingrecht
Procedure Cassatie
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:GHAMS:2022:1510
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 2 zaken
Aangehaald door 4 zaken
2 wettelijke verwijzingen

Verwijst naar

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0005537 BWBR0041568

Samenvatting

Artikel 4:17, lid 3, Awb. Ingebrekestelling via e-mail. Dit arrest bevat de tekst ná herstelarrest ECLI:NL:HR:2023:251

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

BELASTINGKAMER

Nummer 22/02513

Datum 9 december 2022

ARREST

in de zaak van

[X] te [Z] (hierna: belanghebbende)

tegen

de STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN

op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam van 24 mei 2022, nr. 21/00256, op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Noord-Holland (nr. 20/344) betreffende een verzoek van belanghebbende om toekenning van een dwangsom wegens het niet tijdig doen van uitspraak op bezwaar.

1. Geding in cassatie

Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van het Hof beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Staatssecretaris, vertegenwoordigd door [P] , heeft een verweerschrift ingediend.

Belanghebbende heeft een conclusie van repliek ingediend.

2. Beoordeling van de klachten

In cassatie kan van het volgende worden uitgegaan.

Bij brief van 3 december 2018 heeft belanghebbende verzocht om de reeds gedane aangifte voor de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen voor het jaar 2016 te wijzigen. Op 9 januari 2019 is aan belanghebbende een aanslag in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen voor het jaar 2016 opgelegd. Bij brief van 31 januari 2019 heeft belanghebbende de Inspecteur nogmaals verzocht om haar aangifte te wijzigen. De Inspecteur heeft deze brief aangemerkt als bezwaarschrift.

Belanghebbende heeft op 13 juni 2019 in een e-mail aan de Inspecteur het volgende geschreven: "Kunt u mij laten weten of u de aanslag kan corrigeren en wanneer ik deze kan verwachten? Ik begrijp dat u niet verantwoordelijk bent voor de trage besluitvorming, maar het is inmiddels meer dan zes maanden geleden dat de brief verstuurd is … Ik hoop spoedig een reactie te ontvangen.” Deze e-mail heeft als onderwerp “Re: wijziging aangifte 2016”.

Bij brief van 20 augustus 2019 heeft belanghebbende verzocht om een dwangsom in de zin van artikel 4:17 Awb wegens het niet-tijdig beslissen op haar bezwaar.

Voor het Hof was in geschil of de e-mail van 13 juni 2019 kan worden aangemerkt als een ingebrekestelling. Het Hof heeft onder verwijzing naar het arrest van de Hoge Raad van 10 juni 2016 geoordeeld dat de e-mail van belanghebbende niet voldoet aan het vereiste dat het geschrift voldoende duidelijk maakt op welke aanvraag het betrekking heeft. Het Hof heeft voorts geoordeeld dat de e-mail van belanghebbende veeleer het karakter van een vraagstelling heeft, en dat met de daarin uitgesproken hoop spoedig een reactie te ontvangen niet voldaan is aan het vereiste dat op het alsnog nemen van een beslissing wordt aangedrongen.

Belanghebbende keert zich in cassatie tegen de hiervoor in 2.1.4 weergegeven oordelen van het Hof. Belanghebbende betoogt daartoe dat de e-mail van 13 juni 2019 was gestuurd in reactie op een eerdere e-mail waarin de Inspecteur vragen stelde omtrent het door haar ingediende verzoek van 3 december 2018. Voor de ontvanger van de e-mail was volgens belanghebbende aldus voldoende duidelijk dat deze het verzoek van 3 december 2018 betrof. De klacht houdt verder in dat de e-mail van 13 juni 2019 redelijkerwijs niet anders kan worden opgevat dan als het aandringen op het nemen van een beslissing.

Belanghebbende klaagt terecht over de begrijpelijkheid van de in 2.1.4 bedoelde oordelen van het Hof. De e-mail van 13 juni 2019 – met vermelding van het onderwerp “Re: wijziging aangifte 2016” – laat geen andere conclusie toe dan dat deze betrekking had op het in het bezwaarschrift herhaalde verzoek tot wijziging van de aangifte voor het jaar 2016 en dat belanghebbende met die e-mail heeft aangedrongen op het alsnog nemen van een beslissing op het bezwaar. Voor een ingebrekestelling als bedoeld in artikel 4:17, lid 3, Awb is niet vereist dat in een geschrift de termen ‘aanmanen’ of ‘in gebreke stellen’ worden gebruikt.

De uitspraak van het Hof kan niet in stand blijven. Nu niet in geschil is dat aan de overige eisen voor een ingebrekestelling als bedoeld in artikel 4:17, lid 3, Awb is voldaan en evenmin dat de Inspecteur onder deze omstandigheden de maximale dwangsom van € 1.442 verschuldigd is geworden, kan de Hoge Raad de zaak afdoen.

3. Proceskosten

De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.

4. Beslissing

De Hoge Raad:

- verklaart het beroep in cassatie gegrond,

- vernietigt de uitspraak van het Hof, en de uitspraak van de Rechtbank, voor zover daarin niet is beslist dat aan belanghebbende een dwangsom wordt toegekend met betrekking tot het niet tijdig beslissen op het bezwaar tegen de aanslag in de inkomstenbelasting/premies volksverzekeringen voor het jaar 2016,

- stelt het bedrag van de door de Inspecteur verbeurde dwangsom vast op € 1.442,

- bepaalt dat de Inspecteur wettelijke rente over de dwangsom van € 1.442 is verschuldigd vanaf 25 juli 2019 tot de dag van de algehele voldoening daarvan,

- draagt de Staatssecretaris van Financiën op aan belanghebbende te vergoeden het griffierecht dat belanghebbende voor de behandeling van het beroep in cassatie heeft betaald van € 136, en

- draagt de Inspecteur op aan belanghebbende te vergoeden het bij het Hof betaalde griffierecht ter zake van de behandeling van de zaak voor het Hof van € 134.

Dit arrest is gewezen door de vice-president R.J. Koopman als voorzitter, en de raadsheren P.A.G.M. Cools en A.E.H. van der Voort Maarschalk, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 9 december 2022.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl V-N Vandaag 2022/3043 V-N 2022/55.20 met annotatie van Redactie NLF 2022/2506 met annotatie van Eva Roosendaal NTFR 2023/44 met annotatie van dr. H.M. Roose USZ 2023/15 Belastingblad 2023/50 met annotatie van R.T. Wiegerink BNB 2023/28 JB 2023/21 Belastingadvies 2023/6.7 FED 2023/53 met annotatie van H.E. Starosciak Viditax (FutD) 2022120903 FutD 2022-3315
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?