ECLI:NL:HR:2022:1895

ECLI:NL:HR:2022:1895, Hoge Raad, 20-12-2022, 21/00740

Instantie Hoge Raad
Datum uitspraak 20-12-2022
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 21/00740
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Cassatie
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:PHR:2022:1032
Formele relatie: ECLI:NL:GHAMS:2021:419
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 11 zaken
Aangehaald door 2 zaken
3 wettelijke verwijzingen

Verwijst naar

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001830 BWBR0001854 BWBR0001903

Samenvatting

Bedreiging (meermalen gepleegd), art. 285.1 Sr. Niet beslist op verweer van raadsman van verdachte dat feiten wegens psychische stoornis niet aan verdachte kunnen worden toegerekend en dat hij als gevolg daarvan moet worden ontslagen van alle rechtsvervolging. Er is (gelet op inhoud van pleitnota van raadsman) in hoger beroep een verweer gevoerd waarop hof gelet op art. 358 en 359 Sv op straffe van nietigheid uitdrukkelijk een gemotiveerde beslissing had moeten geven. Nu zo’n beslissing in de door hof bevestigde uitspraak van Rb niet voorkomt, is middel in zoverre gegrond. Volgt vernietiging en terugwijzing.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 21/00740

Datum 20 december 2022

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 9 februari 2021, nummer 23-002163-20, in de strafzaak

tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1993,

hierna: de verdachte.

1. Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft R.T. Poort, advocaat te Beverwijk, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De advocaat-generaal P.M. Frielink heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak en tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof Amsterdam teneinde op basis van het bestaande hoger beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan.

2. Beoordeling van het cassatiemiddel

Het cassatiemiddel klaagt onder meer dat het hof niet heeft beslist op het namens de verdachte gevoerde verweer dat de feiten wegens een psychische stoornis niet aan de verdachte kunnen worden toegerekend en dat hij als gevolg daarvan moet worden ontslagen van alle rechtsvervolging.

Het hof heeft in hoger beroep het vonnis van de rechtbank bevestigd, zonder aanvulling van gronden. In dat vonnis is ten laste van de verdachte bewezenverklaard dat:

- in de zaak met parketnummer 15-023161-20

“hij op of omstreeks 27 januari 2020 te [plaats] [aangeefster 1] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, door die [aangeefster 1] dreigend de woorden toe te voegen “Zal ik je onder de trein gooien” en/of “ik gooi je voor de trein”, althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking.”

- in de zaak met parketnummer 15-157693-20

“hij op 16 juni 2020 te [plaats], [aangeefster 2] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, door die [aangeefster 2] dreigend de woorden toe te voegen “Moet ik een pistool halen en iemand neerschieten om geholpen te worden. Vroeger was ik een crimineel en had ik een 9 millimeter onder mijn kussen liggen”, althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking.”

Volgens het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep heeft de raadsman van de verdachte daar het woord gevoerd overeenkomstig de pleitnota die aan het proces-verbaal is gehecht. Deze pleitnota houdt onder meer in:

“2. Allereerst parketnummer 15-023161-20. In die zaak wordt cliënt verweten dat hij op 27 januari 2020 [aangeefster 1] zou hebben bedreigd door te zeggen “zal ik je onder de trein gooien?” dan wel “ik gooi je voor de trein”. (...)

9. Uiterst subsidiair verzoek ik u cliënt te ontslaan van alle rechtsvervolging aangezien hij in ieder geval als dader niet strafbaar is en het feit hem niet kan worden toegerekend. Daarvoor is van belang dat cliënt, zoals gezegd, meerdere stoornissen heeft. Ter onderbouwing heb ik aan de pleitnota een beschikking van de gemeente Haarlem gevoegd waaruit blijkt dat cliënt een indicatie voor beschermd wonen verlengd heeft gekregen op grond van zijn persoonlijkheid. Daarin wordt duidelijk uiteengezet dat er bij cliënt sprake is van schizofrenie van het paranoïde type, een psychische stoornis niet anderszins omschreven, zwakbegaafdheid en cannabisafhankelijkheid. Cliënt heeft bij Dijk en Duin gezeten, alsmede Palier, Triversum en het RIBW en heeft daarnaast meerdere keren een RM gehad. Tegen die achtergrond moge duidelijk zijn dat cliënt dit feit niet kan worden toegerekend zodat, eveneens blijkens bijgevoegde sepotbeslissing van een soortgelijk feit ook al is beslist, hij dient te worden ontslagen van rechtsvervolging, reden waarom ik uw hof daartoe verzoek.

10. Dan het feit met parketnummer 15-157693-20. Waar zijn we? Nou nog steeds bij het RIBW waar cliënt, wederom vanuit zijn stoornis, woorden bezigt in de trant van “Moet ik een pistool halen en iemand neerschieten om geholpen te worden. Vroeger was ik een crimineel en had ik een 9 millimeter onder mijn kussen liggen.” (...)

11. En als we dan dus weer kijken naar de omstandigheden van het geval en de persoon van cliënt daarbij betrekken, dan wordt dus duidelijk dat cliënt precies conform zijn stoornis handelt. Hij denkt dat de wereld tegen hem is, dat is die schizofrenie van het paranoïde type en roept dan domme dingen of hij je voor de trein moet gooien of dat hij vroeger een 9 millimeter onder zijn kussen had liggen. Dat is uiteraard niet waar. Cliënt waant zich ook een Youtube-ster met miljoenen volgers, ook dat is uiteraard niet waar.

(...)

14. Wederom verzoek ik u subsidiair tot ontslag van alle rechtsvervolging te komen. In eerste instantie omdat er om de eerdergenoemde reden geen sprake is van een strafbaar feit, dan wel subsidiair omdat het feit niet aan cliënt als strafbare dader kan worden toegerekend. Gelet op al hetgeen hiervoor is opgemerkt over de persoon van cliënt is hij geen strafbare dader, zodat OVAR dient te volgen.”

Er is dus in hoger beroep een verweer gevoerd waarop het hof gelet op de artikelen 358 en 359 van het Wetboek van Strafvordering op straffe van nietigheid uitdrukkelijk een gemotiveerde beslissing had moeten geven. Nu zo’n beslissing in de door het hof bevestigde uitspraak van de rechtbank niet voorkomt, is het cassatiemiddel in zoverre gegrond. Dat brengt mee dat bespreking van het restant van het cassatiemiddel niet nodig is.

3. Beslissing

De Hoge Raad:

- vernietigt de uitspraak van het hof;

- wijst de zaak terug naar het gerechtshof Amsterdam, opdat de zaak opnieuw wordt berecht en afgedaan.

Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren M. Kuijer en T. Kooijmans, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 20 december 2022.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl RvdW 2023/107
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?