ECLI:NL:HR:2022:279

ECLI:NL:HR:2022:279, Hoge Raad, 22-02-2022, 20/03458

Instantie Hoge Raad
Datum uitspraak 22-02-2022
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 20/03458
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Cassatie
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:PHR:2022:10
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 13 zaken
Aangehaald door 1 zaken
2 wettelijke verwijzingen

Verwijst naar

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001903 BWBR0004770

Samenvatting

Beklag, beslag ex art. 94a Sv op twee auto’s onder ander, die nadien is overleden. Beëindiging beslag als voorwerp aan Staat is vervallen. Auto’s zijn door OM verkocht, waarna waarde van auto’s na vrijgeven van beslag o.g.v. vordering ex art. 19 Invorderingswet 1990 aan belastingdienst is uitbetaald vanwege beslag dat belastingdienst had gelegd i.v.m. openstaande vordering van beslagene. Rb heeft geoordeeld dat klagers geen belang meer hebben bij ingediend beklag. 1. Cassatieberoep klager. Geen schriftuur. 2. Cassatieberoep klaagster. Kon Rb oordelen dat strafvorderlijk beslag op verkoopopbrengst van auto’s is geëindigd, nu het door OM overmaken van die opbrengst naar belastingdienst niet één van de situaties a.b.i. art. 134.2 Sv behelst? Ad 1. Geen middelen ingediend, klager n-o. Ad 2. HR: Op redenen vermeld in CAG heeft klaagster geen belang bij cassatieberoep. CAG: Ex art. 19.3 Invorderingswet 1990 is houder van penningen verplicht om op vordering van ontvanger uit gelden die hij aan belastingschuldige verschuldigd is of uit gelden of penningen die hij t.b.v. belastingschuldige onder zich heeft, belastingaanslagen van belastingschuldige te betalen. Het voorwerp (geld) dient niet te worden “teruggegeven” maar door houder overgedragen te worden aan ontvanger. Het voldoen aan deze verplichting en daarmee het vervallen van voorwerp aan Staat, doorkruist strafvorderlijke teruggaveregeling. Niet enkel strafvorderlijke teruggaveregeling wordt daarmee doorkruist maar ook de met die teruggaveregeling verband houdende regeling van beëindiging van beslag. Aan de in art. 134.2 Sv genoemde gevallen van teruggave kan door het voldoen aan verplichting van art. 19 Invorderingswet immers niet langer worden voldaan. Tegen deze achtergrond geeft oordeel Rb dat de op de auto’s rustende beslagen zijn geëindigd niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting. Klagers n-o.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 20/03458 B

Datum 22 februari 2022

BESCHIKKING

op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de rechtbank Rotterdam van 21 februari 2017, nummers RK 13/1422 en RK 13/1426, op een klaagschrift als bedoeld in artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering, ingediend

door

[klager] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1992,

hierna: de klager

en

[klaagster] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1970,

hierna: de klaagster.

1. Procesverloop in cassatie

2. Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep dat is ingesteld door de klager

3. Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep dat is ingesteld door de klaagster

Het beroep is ingesteld door de klagers. Cassatiemiddelen zijn namens de klager niet voorgesteld.

Namens de klaagster heeft N. van Schaik, advocaat te Utrecht, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De advocaat-generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van de klaagster en de klager in hun cassatieberoepen.

De wet bepaalt binnen welke termijn een advocaat namens de klager een schriftuur met cassatiemiddelen (klachten) bij de Hoge Raad moet indienen. Aan die verplichting is niet voldaan. Het gevolg daarvan is dat de Hoge Raad het beroep van de klager niet in behandeling kan nemen (zie artikel 447 lid 5 van het Wetboek van Strafvordering).

De klaagster heeft geen belang bij het cassatieberoep, zodat zij daarin niet-ontvankelijk dient te worden verklaard. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal onder 4.7 tot en met 4.11.

4. Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep van de klagers niet-ontvankelijk.

Deze beschikking is gegeven door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en A.L.J. van Strien, in bijzijn van de waarnemend griffier B.C. Broekhuizen-Meuter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 22 februari 2022.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl NJ 2022/109 RvdW 2022/280
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?