2. Uitgangspunten en feiten
Voor de feiten, het verzoek en de beslissingen in feitelijke instantie in deze zaak wordt verwezen naar de conclusie van de advocaat-generaal onder 1.
3. Ontvankelijkheid van het hoger beroep
De oud-notaris heeft bij de Hoge Raad ingediend een “(Hoger) Beroep ex artikel 29 lid 3 Wet op het Notarisambt, subsidiair verzoek tot cassatie”. Uit dit processtuk blijkt dat de oud-notaris de beslissing van het hof bij de Hoge Raad bestrijdt met een (bestuursrechtelijk) hoger beroep en een voorwaardelijk verzoek tot cassatie. De oud-notaris verzoekt de Hoge Raad de beslissing van het hof te vernietigen en zelf in de zaak te voorzien door intrekking van beslissingen van de voorzitter van de Notariskamer Arnhem-Leeuwarden voor zover daarbij een voorziening voor het honorarium is getroffen, en door – kort samengevat – een voorziening te treffen over de kosten van goede ambtsbeoefening met betrekking tot het protocol.
De kamer voor het notariaat en de voorzitter van de kamer voor het notariaat zijn geen bestuursorganen in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb), maar onafhankelijke, bij de wet ingestelde organen die (mede) met rechtspraak zijn belast als bedoeld in art. 1:1 lid 2, onder c, Awb. Tegen hun beslissingen staat dan ook geen bestuursrechtelijk beroep open, maar beroep bij de gewone rechter (het gerechtshof Amsterdam op grond van de Wet op het Notarisambt (hierna: Wna)), die daarbij niet optreedt als bestuursrechter. Bij de Hoge Raad staat dan ook geen bestuursrechtelijk hoger beroep open. In zoverre is de oud-notaris niet-ontvankelijk in zijn beroep.
4. Beoordeling van het middel
Uit hetgeen hiervoor onder 3 is overwogen volgt dat de voorwaarde is vervuld waaronder het cassatieberoep is ingesteld.
De klachten van het middel kunnen niet tot cassatie leiden. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie art. 81 lid 1 RO).
5. Beslissing
De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt de oud-notaris in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de notaris c.s. begroot op € 913,07 aan verschotten en € 1.800,-- voor salaris, en aan de zijde van de curator en [verweerder 5] op nihil.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren C.E. du Perron, als voorzitter, C.H. Sieburgh en A.E.B. ter Heide, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer H.M. Wattendorff op 25 maart 2022.