ECLI:NL:HR:2022:596

ECLI:NL:HR:2022:596, Hoge Raad, 22-04-2022, 20/03566

Instantie Hoge Raad
Datum uitspraak 22-04-2022
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 20/03566
Rechtsgebied Civiel recht; Burgerlijk procesrecht
Procedure Cassatie
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:GHARL:2020:6121
Formele relatie: ECLI:NL:PHR:2021:1069
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 15 zaken
Aangehaald door 15 zaken
17 wettelijke verwijzingen

Verwijst naar

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001827 BWBR0001860 BWBR0002656 BWBR0005289 BWBR0005290 BWBR0005291 BWBR0010346 BWBR0010388 BWBR0022762 BWBR0025458 BWBR0031432 CELEX:32008R0593 CELEX:32012R1215 CELEX:32014R0655 EU:32008R0593 EU:32012R1215 EU:32014R0655

Samenvatting

Verbintenissenrecht. Procesrecht (art. 25 Rv). Dwaling. Terugbetaling van koopsommen op grond van onverschuldigde betaling (art. 6:203 BW). Klacht dat ten onrechte wettelijke handelsrente (art. 6:119a BW) is toegewezen.

Uitspraak

2. Uitgangspunten en feiten

Partijen hebben koopovereenkomsten met elkaar gesloten over afdeksystemen voor biogasinstallaties in Polen. Het hof heeft deze overeenkomsten vernietigd op grond van dwaling en Wiefferink veroordeeld tot terugbetaling aan Poldanor van de betaalde koopsommen van € 415.657,50. Het hof heeft bovendien geoordeeld dat Wiefferink geen toegespitst verweer heeft gevoerd tegen de rentevordering van Poldanor en Wiefferink daarom veroordeeld tot betaling van de wettelijke handelsrente over het terug te betalen bedrag vanaf 8 september 2015. (rov. 4.57-58 en onder 6.3 van het dictum)

3. Beoordeling van het middel

Onderdeel 2 van het middel klaagt dat het hof ten onrechte heeft geoordeeld dat Wiefferink wettelijke handelsrente is verschuldigd over het door hem terug te betalen bedrag van € 415.657,50. Het onderdeel voert daartoe aan dat de verplichting tot terugbetaling van de koopsommen die uit de vernietiging van de koopovereenkomsten voortvloeit, buiten het bereik van art. 6:119a BW valt. Bovendien is onjuist, aldus het onderdeel, het oordeel van het hof dat de vordering tot vergoeding van de wettelijke handelsrente toewijsbaar is bij gebreke van een toegespitst verweer terzake.

Deze klachten slagen. Het hof heeft miskend dat het gehouden was te onderzoeken of een rechtsgrond bestond voor toewijzing van de vordering tot vergoeding van de wettelijke handelsrente, ook bij gebreke van verweer van Wiefferink. Het heeft vervolgens ten onrechte de vordering tot vergoeding van de wettelijke handelsrente toegewezen. Wiefferink moest als gevolg van de vernietiging van de koopovereenkomsten de koopsommen terugbetalen die op grond van die overeenkomsten waren voldaan. Die op Wiefferink rustende verbintenissen tot terugbetaling zijn niet gebaseerd op de koopovereenkomsten, maar vloeien voort uit art. 6:203 BW. Art. 6:119a BW heeft alleen betrekking op de geldelijke tegenprestatie voor geleverde goederen of diensten op grond van een handelsovereenkomst. Dit betreft de primaire betalingsverplichting uit de handelsovereenkomst. De wettelijke handelsrente ziet dus niet op andere geldelijke verplichtingen waartoe zo’n overeenkomst aanleiding kan geven, en derhalve evenmin op een vordering uit onverschuldigde betaling.

De overige klachten van het middel kunnen niet tot cassatie leiden. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie art. 81 lid 1 RO).

De Hoge Raad kan zelf de zaak afdoen op de wijze als hierna is vermeld.

4. Beslissing

De Hoge Raad:

- vernietigt het arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 4 augustus 2020, maar uitsluitend voor zover daarin de wettelijke handelsrente is toegewezen;

- veroordeelt Wiefferink tot betaling aan Poldanor van de wettelijke rente over het terug te betalen bedrag van € 415.657,50 vanaf 8 september 2015;

- veroordeelt Poldanor in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Wiefferink begroot op € 7.069,17 aan verschotten en € 2.600,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien Poldanor deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.

Dit arrest is gewezen door de vicepresident M.J. Kroeze als voorzitter en de raadsheren H.M. Wattendorff, S.J. Schaafsma, F.R. Salomons en G.C. Makkink, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer H.M. Wattendorff op 22 april 2022.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl NJB 2022/970 RvdW 2022/444 NJ 2022/171
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?