ECLI:NL:HR:2022:625

ECLI:NL:HR:2022:625, Hoge Raad, 22-04-2022, 21/05399

Instantie Hoge Raad
Datum uitspraak 22-04-2022
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 21/05399
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Cassatie
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:PHR:2022:192
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 4 zaken
Aangehaald door 10 zaken
2 wettelijke verwijzingen

Verwijst naar

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0040634 BWBR0040635

Samenvatting

Wvggz. Zorgmachtiging (o.g.v. art. 2.3 lid 1 Wet forensische zorg en art. 6:5, onder a, Wvggz). Bezwaar tegen bepaalde vorm van verplichte zorg. Motiveringsplicht.

Uitspraak

2. Uitgangspunten en feiten

De officier van justitie heeft op de voet van art. 2.3 lid 1 Wet forensische zorg in verbinding met art. 6:5, aanhef en onderdeel a, Wvggz verzocht een zorgmachtiging ten aanzien van betrokkene te verlenen voor de duur van zes maanden. In het verzoekschrift verzoekt de officier van justitie een machtiging voor een aantal vormen van verplichte zorg, waaronder opname in een accommodatie.

Tijdens de mondelinge behandeling heeft de advocaat van betrokkene onder meer het volgende aangevoerd:

“Aan de eisen van proportionaliteit, subsidiariteit, doelmatigheid is in casu niet voldaan.

a. Opname in een gesloten instelling is niet proportioneel, nu [betrokkene] goed is opgeknapt, abstinent is, medicatietrouw is en ambulante hulp wenst te verkrijgen. Opname in een gesloten instelling is een ultimum remedium en dient met grote terughoudendheid te worden toegepast.

b. Nu hij bereid is om vormen van verplichte zorg te accepteren, is opname een te zwaar middel. Er is immers een subsidiaire voorziening mogelijk (ambulante hulpverlening). Inmiddels zou de partner van cliënt alternatieve huisvesting in het vooruitzicht hebben, hetgeen voor deze kwestie uiteraard heel belangrijk is. Opname in een accommodatie zou dus ook niet voldoen aan het beginsel van subsidiariteit.

c. Cliënt opsluiten zal contra-productief zijn. Hij vreest plaatsing in een gesloten instelling. Hij heeft reeds goede stappen gezet en ziet nu in, dat hij middels medewerking aan verbetering van zijn gezondheid en bestaan, een goede kans heeft om zijn leven op een aangenamere wijze te leiden. Verdachte geeft aan in het verleden slechte ervaring te hebben gehad, met verplichte zorg en wenst absoluut niet in een gesloten instelling te worden geplaatst. Hij geeft aan nog liever onvoorwaardelijke gevangenisstraf te ondergaan dan in een traject van opname in een gesloten instelling te belanden, waarmede evident is dat dit laatste in strijd zou zijn met het beginsel van doelmatigheid.

d. Met betrekking tot het beginsel van veiligheid zijn er andere wegen die leiden naar voorkomen van onveiligheid, namelijk het strafrecht.”

De rechtbank heeft een zorgmachtiging verleend voor alle door de officier van justitie verzochte vormen van verplichte zorg voor de duur van zes maanden. Ten aanzien van de vormen van verplichte zorg heeft de rechtbank overwogen:

“4.5. Gebleken is dat er geen mogelijkheden voor passende zorg op louter vrijwillige basis zijn. Om die reden is verplichte zorg nodig. De in het verzoekschrift genoemde vormen van zorg zijn gebaseerd op het zorgplan en de medische verklaring en het advies van de geneesheer-directeur. (…)

De voorgestelde verplichte zorg is evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste zorg is rekening gehouden met de veiligheid van betrokkene en met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen.

Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben.

De rechtbank komt tot de conclusie dat is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg. De zorgmachtiging zal dan ook worden verleend. De rechtbank is niet gebleken van de noodzaak van een second opinion. Verder heeft de rechtbank geen reden om te twijfelen aan de bevindingen van de geneesheer-directeur.4.9. De verschillende vormen van zorg kunnen voor de hieronder gestelde termijnen worden toegepast. Deze termijnen zijn noodzakelijk om het doel van verplichte zorg te realiseren.”

3. Beoordeling van het middel

Het middel klaagt dat de rechtbank haar oordeel niet (voldoende) heeft gemotiveerd ten aanzien van de verzochte opname in een accommodatie. Ten aanzien van deze vorm van verplichte zorg is namens betrokkene verweer gevoerd. Gelet op HR 5 juni 2020, ECLI:NL:HR:2020:1012, rov. 4.2.4, had de rechtbank op dit verweer moeten ingaan.

De rechter die een zorgmachtiging verleent, dient te motiveren dat voor de vormen van verplichte zorg waarvoor de machtiging wordt verleend, is voldaan aan de criteria voor en het doel van verplichte zorg. Daarbij geldt dat de rechter mag volstaan met een verwijzing naar de medische verklaring en de overige aan het verzoek ten grondslag liggende stukken indien daaruit voldoende duidelijk blijkt dat is voldaan aan de criteria voor en het doel van de verplichte zorg. Indien echter de betrokkene bezwaar maakt tegen een bepaalde vorm van zorg, of de duur daarvan, zal de rechter zijn beslissing op dat punt moeten motiveren. De rechter behoeft alleen in te gaan op een dergelijk bezwaar indien het voldoende is toegelicht.

In deze zaak heeft de advocaat van betrokkene tijdens de mondelinge behandeling bezwaar gemaakt tegen een bepaalde vorm van verplichte zorg, te weten opname in een accommodatie. Dat bezwaar is voldoende toegelicht (zie hiervoor in 2.2). Gelet op hetgeen hiervoor in 3.2 is overwogen, diende de rechtbank haar motivering toe te spitsen op de argumenten die betrokkene ter onderbouwing van zijn bezwaar tegen opname heeft aangevoerd. Dat heeft zij niet gedaan. De hiervoor in 3.1 weergegeven klacht slaagt.

4. Beslissing

De Hoge Raad:

- vernietigt de beschikking van de rechtbank Limburg van 30 september 2021;

- verwijst het geding terug naar die rechtbank ter verdere behandeling en beslissing.

Deze beschikking is gegeven door de raadsheren C.H. Sieburgh, als voorzitter, S.J. Schaafsma en G.C. Makkink, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer H.M. Wattendorff op 22 april 2022.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl NJB 2022/979 RvdW 2022/469 GZR-Updates.nl 2022-0153
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?