ECLI:NL:HR:2022:688

ECLI:NL:HR:2022:688, Hoge Raad, 24-05-2022, 21/01244

Instantie Hoge Raad
Datum uitspraak 24-05-2022
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 21/01244
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Cassatie
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:PHR:2022:218
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 7 zaken
Aangehaald door 1 zaken
4 wettelijke verwijzingen

Verwijst naar

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001854 BWBR0001903 BWBR0005288 BWBR0005291

Samenvatting

OM-cassatie en cassatie klaagster. Beklag, beslag ex art. 94.2 Sv op Instagram-accounts. 1. Ontvankelijkheid cassatieberoep klaagster. 2. OM-cassatie. Is een Instagram-account een (voor verbeurdverklaring vatbaar) voorwerp a.b.i. art. 94.2 Sv? Ad 1. Geen middelen ingediend, klaagster n-o. Ad 2. Op redenen vermeld in HR:2022:687 leidt middel niet tot cassatie. Volgt verwerping. Samenhang met 21/01245 B.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 21/01244 B

Datum 24 mei 2022

BESCHIKKING

op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de rechtbank Noord-Holland van 8 februari 2021, nummer RK 20-009122, op een klaagschrift als bedoeld in artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering, ingediend

door

[klaagster],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1995,

hierna: de klaagster.

1. Procesverloop in cassatie

2. Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep dat is ingesteld door de klaagster

3. Beoordeling van het cassatiemiddel dat namens het openbaar ministerie is voorgesteld

De beroepen zijn ingesteld door de klaagster en het openbaar ministerie. Namens de klaagster zijn geen cassatiemiddelen voorgesteld.

Het openbaar ministerie heeft bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.

De advocaat-generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De wet bepaalt binnen welke termijn een advocaat namens de klaagster een schriftuur met cassatiemiddelen (klachten) bij de Hoge Raad moet indienen. Aan die verplichting is niet voldaan. Het gevolg daarvan is dat de Hoge Raad het beroep van de klaagster niet in behandeling kan nemen (zie artikel 447 lid 5 van het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv)).

Het cassatiemiddel klaagt dat het oordeel van de rechtbank dat de onder de klaagster inbeslaggenomen Instagram-accounts niet kunnen worden aangemerkt als - voor verbeurdverklaring vatbare - voorwerpen in de zin van artikel 94 lid 2 Sv van een onjuiste rechtsopvatting getuigt.

Het cassatiemiddel leidt niet tot cassatie. De redenen daarvoor staan vermeld in de beschikking die de Hoge Raad vandaag heeft uitgesproken in de zaak 21/01245 B, ECLI:NL:HR:2022:687.

4. Beslissing

De Hoge Raad:

- verklaart het beroep van de klaagster niet-ontvankelijk;

- verwerpt het beroep van het openbaar ministerie.

Deze beschikking is gegeven door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en T. Kooijmans, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 24 mei 2022.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl RvdW 2022/553
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?