ECLI:NL:HR:2022:772

ECLI:NL:HR:2022:772, Hoge Raad, 27-05-2022, 21/03943

Instantie Hoge Raad
Datum uitspraak 27-05-2022
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 21/03943
Rechtsgebied Bestuursrecht; Belastingrecht
Procedure Cassatie
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:PHR:2022:213
Formele relatie: ECLI:NL:GHAMS:2021:2558
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 12 zaken
Aangehaald door 2 zaken
24 wettelijke verwijzingen

Verwijst naar

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001888 BWBR0002320 BWBR0002471 BWBR0002489 BWBR0002524 BWBR0004045 BWBR0004090 BWBR0005290 BWBR0005537 BWBR0006358 BWBR0012059 BWBR0017745 BWBR0018450 BWBR0028236 CELEX:32000L0031 CELEX:32000X1218 CELEX:32004R0883 CELEX:32006L0123 CELEX:32016R0679 EU:32000L0031 EU:32000X1218 EU:32004R0883 EU:32006L0123 EU:32016R0679

Samenvatting

Beschikking verzekeringsplicht voor de werknemersverzekeringen; artikel 59, lid 3, Wet financiering sociale verzekeringen; op internet tegen betaling aangeboden erotisch getinte diensten; (fictieve) dienstbetrekking?

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

BELASTINGKAMER

Nummer 21/03943

Datum 27 mei 2022

ARREST

in de zaak van

de STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN

tegen

[X] B.V. te [Z] (hierna: belanghebbende)

op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam van 10 augustus 2021, nrs. 20/00482 tot en met 20/00485, op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Noord-Holland (nrs. HAA 19/1694 tot en met HAA 19/1697) betreffende vier aan belanghebbende gegeven beschikkingen als bedoeld in artikel 59, lid 3, Wet financiering sociale verzekeringen.

1. Geding in cassatie

De Staatssecretaris, vertegenwoordigd door [P], heeft tegen de uitspraak van het Hof beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

Belanghebbende, vertegenwoordigd door L.E.C. Neve, heeft een verweerschrift ingediend.

De Advocaat-Generaal P.J. Wattel heeft op 4 maart 2022 geconcludeerd tot ongegrondverklaring van het beroep in cassatie.

De Staatssecretaris heeft schriftelijk op de conclusie gereageerd.

2. Uitgangspunten in cassatie

Belanghebbende biedt via een digitaal platform op internet tegen betaling erotisch getinte diensten aan van freelance werkende vrouwen (‘agents’). Zij verzorgt de marketing daarvan en regelt de vereiste computertechnologie. Belanghebbende exploiteert 0906-telefoonnummers en biedt de ‘agents’ de mogelijkheid om met hun eigen webcam en telefoon vanuit huis erotisch getinte video- en telefoondiensten aan te bieden op haar website. De klanten kunnen op die website tegen betaling de ‘agents’ zien en met hen bellen, sms-en en/of chatten.

De ‘agents beslissen zelf - binnen de kaders van het door belanghebbende aangeboden digitale platform, haar algemene voorwaarden (AV) en haar algemene diensten voorwaarden (ADV) - welke erotische video- en telefoondiensten zij aanbieden aan de klanten. De ‘agents zijn verplicht de door hen aangeboden diensten zelf - overeenkomstig het door hen zelf opgestelde profiel - te verlenen. Belanghebbende is verplicht de ‘agents een vergoeding te betalen voor de diensten die zij aan de klanten hebben geleverd. De ‘agents kunnen de klanten niet rechtstreeks aanspreken voor betaling. Belanghebbende kijkt (steekproefsgewijs) mee om te beoordelen of de ‘agents conform de AV en de ADV werken. Indien een ‘agent daaraan driemaal niet voldoet, maakt belanghebbende het voor die ‘agent onmogelijk om op het platform in te loggen. De ‘agents zijn, wegens het ontbreken van een gezagsrelatie, niet in dienstbetrekking bij belanghebbende.

De Inspecteur heeft aan belanghebbende voor vier in Nederland wonende ‘agents’ beschikkingen gegeven als bedoeld in artikel 59, lid 3, Wet financiering sociale verzekeringen inhoudende dat de ‘agents’ verzekerd zijn op grond van de werknemersverzekeringen.

3. Procedure bij het Hof

Bij het Hof spitste het geschil zich toe op de vraag of de ‘agents’ zijn aan te merken als sekswerkers als bedoeld in artikel 5a van het Besluit aanwijzing gevallen waarin een arbeidsverhouding als dienstbetrekking wordt beschouwd (hierna: het Rariteitenbesluit) en uit dien hoofde verplicht verzekerd zijn ingevolge de werknemersverzekeringen.

Het Hof heeft die vraag ontkennend beantwoord. Het Hof heeft zijn oordeel gebaseerd op de (eensluidende) tekst van de delegatiebepalingen in de artikelen 5, letter d, van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, de Ziektewet en de Werkloosheidswet, waarop artikel 5a van het Rariteitenbesluit berust. In die bepalingen staat dat als dienstbetrekking kan worden beschouwd, de arbeidsverhouding van degene die tegen beloning persoonlijk arbeid verricht en wiens arbeidsverhouding niet reeds ingevolge daaraan voorafgaande bepalingen als dienstbetrekking wordt beschouwd, doch hiermede maatschappelijk gelijk kan worden gesteld. Volgens het Hof kan de arbeidsverhouding tussen belanghebbende en de ‘agents’ niet gelijk worden gesteld met een dienstbetrekking, en wordt daardoor aan toepassing van artikel 5a van het Rariteitenbesluit niet toegekomen.

Voorts heeft het Hof uit de totstandkomingsgeschiedenis van artikel 5a van het Rariteitenbesluit afgeleid dat met sekswerkers in de zin van dat artikel bedoeld zijn prostituees. Er is geen enkele aanwijzing dat de besluitgever bij de invoering van dat artikel onder sekswerkers ook heeft willen begrijpen personen met een arbeidsverhouding zoals die van de ‘agents’ die hun werkzaamheden verrichten zonder enige vorm van fysiek contact met of althans fysieke aanwezigheid van (een) klant(en), aldus het Hof.

4. Beoordeling van het middel

Het middel richt zich in de eerste plaats tegen het in 3.2 weergegeven oordeel van het Hof met het betoog dat het Hof ten onrechte een eigen toets heeft aangelegd bij zijn beoordeling of de arbeidsverhouding van de ‘agents’ naar maatschappelijke opvattingen gelijk kan worden gesteld met een 'echte' dienstbetrekking, terwijl de wet die bevoegdheid heeft neergelegd bij de besluitgever.

Het middel faalt in zoverre op de gronden die zijn weergegeven in de onderdelen 7.2 tot en met 7.9 van de conclusie van de Advocaat-Generaal.

Het middel keert zich voorts tegen het in 3.3 weergegeven oordeel van het Hof. Ook in zoverre faalt het middel omdat het - zoals de Advocaat-Generaal heeft uiteengezet in onderdeel 7.10 van zijn conclusie - is gericht tegen een door het Hof ten overvloede gegeven oordeel.

5. Proceskosten

De Staatssecretaris zal worden veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie.

6. Beslissing

De Hoge Raad:

- verklaart het beroep in cassatie ongegrond, en

- veroordeelt de Staatssecretaris van Financiën in de kosten van belanghebbende voor het geding in cassatie, vastgesteld op € 2.277 voor beroepsmatig verleende rechtsbijstand.

Dit arrest is gewezen door de vice-president R.J. Koopman als voorzitter, en de raadsheren J. Wortel, A.F.M.Q. Beukers-van Dooren, M.T. Boerlage en P.A.G.M. Cools, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 27 mei 2022.

Van de Staatssecretaris van Financiën wordt een griffierecht geheven van € 541.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl V-N Vandaag 2022/1288 NTFR 2022/2068 met annotatie van mr. M. Wolff V-N 2022/24.5 NLF 2022/1083 BNB 2022/98 met annotatie van P. KAVELAARS AR-Updates.nl 2022-0944 met annotatie van L. van den Berg FED 2022/95 met annotatie van S. Bentohami Viditax (FutD) 2022052705 FutD 2022-1503 VAAN-AR-Updates.nl 2022-0944
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?