HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 20/03088
Datum 1 februari 2022
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag van 17 september 2020, nummer 22-000223-19, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1999,
hierna: de verdachte.
1. Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft T. Arkesteijn, advocaat te Rotterdam, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak en tot nietigverklaring van de betekening van de oproeping van de verdachte in hoger beroep om te verschijnen op de terechtzitting van het hof van 17 september 2020.
2. Beoordeling van het eerste cassatiemiddel
Het cassatiemiddel klaagt over het in de bestreden uitspraak besloten liggende oordeel van het hof dat een rechtsgeldige betekening van de oproeping in hoger beroep voor de zitting van 17 september 2020 heeft plaatsgevonden.
Het cassatiemiddel slaagt. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal onder 4, 6, 7 en 13.
3. Beoordeling van de overige cassatiemiddelen
Gelet op de beslissing die hierna volgt, is bespreking van het tweede en het derde cassatiemiddel niet nodig.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
- vernietigt de uitspraak van het hof;
- verklaart de betekening van de oproeping van de verdachte in hoger beroep om te verschijnen op de terechtzitting van het hof van 17 september 2020 nietig.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en M. Kuijer, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 1 februari 2022.