ECLI:NL:HR:2022:907

ECLI:NL:HR:2022:907, Hoge Raad, 21-06-2022, 20/02084

Instantie Hoge Raad
Datum uitspraak 21-06-2022
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 20/02084
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Artikel 81 RO-zaken
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:PHR:2022:612
Formele relatie: ECLI:NL:GHARL:2020:5055
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 18 zaken
Aangehaald door 3 zaken
5 wettelijke verwijzingen

Verwijst naar

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001830 BWBR0001854 BWBR0001903 BWBR0001941 BWBR0039301

Samenvatting

Profijtontneming, w.v.v. uit andere strafbare feiten a.b.i. art. 36e.2 Sr en feiten waarvoor een geldboete van de 5e categorie kan worden opgelegd a.b.i. art. 36e.2 (oud) Sr, te weten opbrengsten uit hennepteelt. Klachten over o.m. vaststelling w.v.v.. HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 20/02083, 20/02024 en 20/02023.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 20/02084 P

Datum 21 juni 2022

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 1 juli 2020, nummer 21-005889-18, op een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ten laste

van

[betrokkene],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1961,

hierna: de betrokkene.

1. Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de betrokkene. Namens deze heeft N. van Schaik, advocaat te Utrecht, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De advocaat-generaal B.F. Keulen heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2. Beoordeling van het eerste en het tweede cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3. Beoordeling van het derde cassatiemiddel

Het cassatiemiddel klaagt dat in de cassatiefase de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 lid 1 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden is overschreden omdat de stukken te laat door het hof zijn ingezonden.

Het cassatiemiddel is gegrond. Tot cassatie behoeft dit echter niet te leiden. Ook in de strafzaak die met deze ontnemingszaak samenhangt en die in cassatie aanhangig is onder nr. 20/02083, is de redelijke termijn in de cassatiefase overschreden. Deze zaak wordt teruggewezen naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. De compensatie waartoe de overschrijding van de redelijke termijn moet leiden, kan worden toegepast in de strafzaak.

Daarom is er geen aanleiding om in deze zaak aan het oordeel dat de redelijke termijn is overschreden enig ander rechtsgevolg te verbinden.

4. Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en C. Caminada, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 21 juni 2022.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl RvdW 2022/644
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?