ECLI:NL:HR:2023:1547

ECLI:NL:HR:2023:1547, Hoge Raad, 14-11-2023, 21/04871

Instantie Hoge Raad
Datum uitspraak 14-11-2023
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 21/04871
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Cassatie
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:PHR:2023:820
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 22 zaken
Aangehaald door 2 zaken
5 wettelijke verwijzingen

Verwijst naar

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001830 BWBR0001854 BWBR0001903 BWBR0006622 BWBR0009950

Samenvatting

Medeplegen diefstal, art. 311.1.4 Sr. Vrijspraak in eerste aanleg. 1. Had hof verweer van verdediging inzake onbetrouwbaarheid van herkenning van verdachte door opsporingsambtenaren moeten opvatten als uitdrukkelijk onderbouwd standpunt a.b.i. art. 359.2 Sv? 2. Redelijke termijn in hoger beroep. Heeft hof voldoende inzichtelijk gemaakt hoe het de vastgestelde overschrijding van redelijke termijn heeft verdisconteerd in opgelegde straf (gevangenisstraf van 9 maanden)? Ad 1. HR: Om redenen vermeld in CAG leidt middel niet tot cassatie. CAG: Hof heeft standpunt m.b.t. herkenning van verdachte kennelijk niet als uos opgevat maar als onderdeel van onderbouwing van verweer strekkende tot vrijspraak. Dit oordeel is niet onbegrijpelijk, nu uit pleitnota van raadsman volgt dat verweer strekkende tot vrijspraak mede is gebaseerd op argumenten dat “overtuiging in casu ruim voor herkenning uitloopt” en “niet is vastgelegd zodat voor ons hier op zitting duidelijk wordt hoe dit nu gegaan is en juist daarom uiterst terughoudend met herkenning dient te worden omgegaan”. Nu standpunt van verdediging door hof niet behoefde te worden aangemerkt als uos, was hof in zoverre niet tot nadere motivering van zijn oordeel gehouden. Ad 2. HR: Om redenen vermeld in CAG leidt middel niet tot cassatie. CAG: Verdachte is in eerste aanleg veroordeeld tot gevangenisstraf van 6 maanden. In hoger beroep is verdachte (anders dan in e.a.) tevens veroordeeld wegens medeplegen diefstal en is aan hem (na een door hof gestelde matiging vanwege overschrijding van redelijke termijn in h.b.) gevangenisstraf van 9 maanden opgelegd. Hof heeft duur van overschrijding van redelijke termijn meer specifiek bepaald (ongeveer tweeënhalve maand) en heeft vermeld dat opgelegde gevangenisstraf een iets lagere straf betreft dan hof zonder die overschrijding zou hebben opgelegd. Daarmee heeft hof in zijn uitspraak niet alleen aangegeven in welke vorm straf is verlaagd maar ook indicatie gegeven van mate waarin die straf is verlaagd. Gelet hierop heeft hof voldoende duidelijk gemaakt op welke wijze het overschrijding van redelijke termijn in bestraffing heeft verdisconteerd. Daarmee is rechtsgevolg dat hof aan overschrijding van redelijke termijn heeft verbonden, in cassatie voldoende toetsbaar. Volgt verwerping.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 21/04871

Datum 14 november 2023

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 19 november 2021, nummer 21-004549-19, in de strafzaak

tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1993,

hierna: de verdachte.

1. Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft S.F.W. van 't Hullenaar, advocaat te Arnhem, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2. Beoordeling van het eerste cassatiemiddel

Het cassatiemiddel klaagt dat het hof in de zaak met parketnummer 05-245559-18 in strijd met de tweede volzin van het tweede lid van artikel 359 van het Wetboek van Strafvordering niet in het bijzonder de redenen heeft opgegeven waarom het is afgeweken van een door de verdediging naar voren gebracht uitdrukkelijk onderbouwd standpunt over de onbetrouwbaarheid van de herkenningen van de verdachte door opsporingsambtenaren.

Het cassatiemiddel leidt niet tot cassatie. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal onder 4 tot en met 12.

3. Beoordeling van het tweede cassatiemiddel

Het tweede cassatiemiddel klaagt dat het hof niet voldoende inzichtelijk heeft gemaakt hoe het de vastgestelde overschrijding van de redelijke termijn heeft verdisconteerd in de opgelegde straf.

Het cassatiemiddel leidt niet tot cassatie. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal onder 15 tot en met 22.

4. Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren T.B. Trotman en F. Posthumus, in bijzijn van de waarnemend griffier B.C. BroekhuizenMeuter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 14 november 2023.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl SR-Updates.nl 2023-0198 RvdW 2023/1110
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?