HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
BELASTINGKAMER
Nummer 23/01471
Datum 22 december 2023
ARREST
in de zaak van
[X] (hierna: belanghebbende),
vertegenwoordigd door A. Cmilansky,
tegen
de RAAD VAN BESTUUR VAN DE SOCIALE VERZEKERINGSBANK
op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 3 maart 2023, nrs. 21/2503 AKW en 21/3440 AKW, op de hoger beroepen van belanghebbende tegen uitspraken van de Rechtbank Amsterdam (nrs. 20/6579 en 21/1272) betreffende besluiten van de Sociale verzekeringsbank ingevolge de Algemene Kinderbijslagwet.
1. Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep beoordeeld. De procureur-generaal bij de Hoge Raad heeft de gelegenheid gekregen een advies uit te brengen.
De Hoge Raad is tot het oordeel gekomen dat het cassatieberoep duidelijk niet kan slagen. Hij zal daarom gebruikmaken van de mogelijkheid om het beroep zonder verdere motivering niet-ontvankelijk te verklaren (zie artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie).
2. Proceskosten
De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.
3. Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer J. Wortel als voorzitter, en de raadsheren M.T. Boerlage en A.E.H. van der Voort Maarschalk, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 22 december 2023.