ECLI:NL:HR:2023:336

ECLI:NL:HR:2023:336, Hoge Raad, 07-03-2023, 21/01003

Instantie Hoge Raad
Datum uitspraak 07-03-2023
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 21/01003
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Cassatie
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:PHR:2022:1163
Formele relatie: ECLI:NL:GHSHE:2021:821
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 1 zaken
Aangehaald door 4 zaken
3 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001854 BWBR0001888 BWBR0001941

Samenvatting

Medeplegen invoer cocaïne vanuit Curaçao naar Nederland, art. 2A Opiumwet. Vrijspraak eerste aanleg. 1. Bewijsklacht medeplegen. Is aannemelijk dat verdachte de inhoud van gesprek tussen medeverdachten voorafgaand aan invoer van cocaïne niet heeft meegekregen? 2. Strafoplegging in strijd met art. 9.4 Sr, nu aan verdachte een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van meer dan 6 maanden is opgelegd in combinatie met taakstraf? Ad 1. HR: Om redenen vermeld in CAG faalt middel. CAG: ’s Hofs feitelijke oordeel dat het (gelet op beperkte afstand tussen verdachte en medeverdachten) niet aannemelijk is dat verdachte de inhoud van dit gesprek niet heeft meegekregen, is niet onbegrijpelijk, terwijl hof niet tot nadere motivering gehouden was. Hieraan doet niet af dat hof niet heeft vastgesteld dat verdachte aan gesprek heeft deelgenomen. Bewezenverklaring is t.a.v. opzet op het binnen grondgebied van Nederland brengen van cocaïne voldoende met redenen omkleed. Ad 2. De opgelegde straf van 329 dagen gevangenisstraf waarvan 95 dagen voorwaardelijk en een taakstraf van 150 uren is in strijd met art. 9.4 Sr, nu het onvoorwaardelijk ten uitvoer te leggen deel van de gevangenisstraf 234 dagen en dus meer dan zes maanden bedraagt. Volgt (partiële) vernietiging t.a.v. strafoplegging en terugwijzing. Samenhang met 21/01220 en 21/01728.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 21/01003

Datum 7 maart 2023

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 9 maart 2021, nummer 20-000344-17, in de strafzaak

tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1991,

hierna: de verdachte.

1. Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben R.J. Baumgardt, P. van Dongen en S. van den Akker, allen advocaat te Rotterdam, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De advocaat-generaal B.F. Keulen heeft geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden arrest, maar uitsluitend wat betreft de strafoplegging, tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch teneinde in zoverre op het bestaande hoger beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan, en tot verwerping van het beroep voor het overige.

2. Beoordeling van het eerste cassatiemiddel

Het cassatiemiddel klaagt dat de bewezenverklaring ten aanzien van het medeplegen van invoer van cocaïne niet uit de bewijsvoering kan worden afgeleid. Het klaagt in het bijzonder over het oordeel van het hof dat niet aannemelijk is dat de verdachte de inhoud van een gesprek tussen medeverdachten voorafgaand aan de invoer van de betreffende cocaïne niet zou hebben meegekregen.

Het cassatiemiddel leidt niet tot cassatie. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal onder 5 tot en met 12.

3. Beoordeling van het tweede cassatiemiddel

Het cassatiemiddel klaagt dat de strafoplegging in strijd is met artikel 9 lid 4 van het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr) omdat aan de verdachte een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van meer dan zes maanden is opgelegd in combinatie met een taakstraf.

Artikel 9 lid 4 Sr luidt:

“In geval van veroordeling tot gevangenisstraf of tot hechtenis, vervangende hechtenis daaronder niet begrepen, waarvan het onvoorwaardelijk ten uitvoer te leggen deel ten hoogste zes maanden bedraagt, kan de rechter tevens een taakstraf opleggen.”

Het hof heeft aan de verdachte een gevangenisstraf van 329 dagen, waarvan 95 dagen voorwaardelijk opgelegd. Het onvoorwaardelijk ten uitvoer te leggen deel van de gevangenisstraf bedraagt aldus 234 dagen, dit is meer dan zes maanden. Daarnaast heeft het hof aan de verdachte een taakstraf van 150 uren opgelegd. De totale strafoplegging is in strijd met artikel 9 lid 4 Sr.

Het cassatiemiddel is terecht voorgesteld.

4. Beslissing

De Hoge Raad:

- vernietigt de uitspraak van het hof, maar uitsluitend wat betreft de strafoplegging;

- wijst de zaak terug naar het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch, opdat de zaak ten aanzien daarvan opnieuw wordt berecht en afgedaan;

- verwerpt het beroep voor het overige.

Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren J.C.A.M. Claassens en M. Kuijer, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 7 maart 2023.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl RvdW 2023/334
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?