ECLI:NL:HR:2023:38

ECLI:NL:HR:2023:38, Hoge Raad, 17-01-2023, 23/00013

Instantie Hoge Raad
Datum uitspraak 17-01-2023
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 23/00013
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Beschikking
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:PHR:2023:48
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 2 zaken
Aangehaald door 1 zaken
2 wettelijke verwijzingen

Verwijst naar

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001854 BWBR0001903

Samenvatting

Beschikking. Verzoekschrift tot aanwijzing van ander gerecht, art. 510.1 Sv. Tegen ... is aangifte gedaan t.z.v. (poging tot) dwang door advocaat onder druk te zetten advocatuur te verlaten, art. 284.1.1 Sr. Uit de bij verzoekschrift overgelegde stukken blijkt: a. dat tegen betrokkene aangifte is gedaan dat deze zich heeft schuldig gemaakt aan strafbaar feit; en b. dat betrokkene op het moment van het in aangifte bedoelde feit rechterlijk ambtenaar in de zin van art. 510.1 Sv was. Daaruit volgt dat verzoek, gelet op art. 510 Sv, vatbaar is voor toewijzing. HR wijst Rb Rotterdam aan als gerecht waarvoor, wanneer OM bij die Rb dit nodig oordeelt, vervolging en berechting van zaak zullen plaatshebben.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 23/00013 B

Datum 17 januari 2023

BESCHIKKING

op het verzoekschrift van de hoofdofficier van justitie van het arrondissementsparket Limburg, ingekomen bij de Hoge Raad op 2 januari 2023, tot aanwijzing van een ander gerecht als bedoeld in artikel 510 lid 1 van het Wetboek van Strafvordering in de zaak

betreffende

[betrokkene]

,

hierna: de betrokkene.

1. Het verzoek

De hoofdofficier van justitie heeft zich tot de Hoge Raad gewend met het verzoek op grond van artikel 510 van het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv) een rechtbank aan te wijzen voor de vervolging en berechting van de betrokkene.

2. De conclusie van de procureur-generaal

De procureur-generaal F.W. Bleichrodt heeft geconcludeerd tot toewijzing van het verzoek.

3. Beoordeling van het verzoek

Uit de bij het verzoekschrift overgelegde stukken blijkt:a. dat tegen de betrokkene aangifte is gedaan dat deze zich heeft schuldig gemaakt aan een strafbaar feit;b. dat de betrokkene op het moment van het in de aangifte bedoelde feit rechterlijk ambtenaar in de zin van artikel 510 lid 1 Sv was.

Daaruit volgt dat het verzoek, gelet op artikel 510 Sv, vatbaar is voor toewijzing.

4. Beslissing

De Hoge Raad wijst de rechtbank Rotterdam aan als gerecht waarvoor, wanneer het openbaar ministerie bij die rechtbank dit nodig oordeelt, de vervolging en berechting van de zaak zullen plaatshebben.

Deze beschikking is gegeven door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren M.J. Borgers en M. Kuijer, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en vastgesteld in raadkamer op 17 januari 2023.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl NJB 2023/338 RvdW 2023/160
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?