ECLI:NL:HR:2023:615

ECLI:NL:HR:2023:615, Hoge Raad, 18-04-2023, 21/04842

Instantie Hoge Raad
Datum uitspraak 18-04-2023
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 21/04842
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Cassatie
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:PHR:2023:273
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 8 zaken
Aangehaald door 3 zaken
4 wettelijke verwijzingen

Verwijst naar

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001830 BWBR0001854 BWBR0001903 BWBR0023746

Samenvatting

Beschikking op vordering OvJ ex art. 552f Sv tot onttrekking aan het verkeer van telefoon van belanghebbende die i.h.k.v. andere stafzaak tegen belanghebbende ex art. 94 Sv in beslag is genomen hoewel telefoon geen onderdeel uitmaakt van die zaak, terwijl op telefoon kinderporno is aangetroffen, art. 36b.1.4 Sr. Rb (enkelvoudige raadkamer) heeft niet beslist op voorafgaand aan behandeling in raadkamer per e-mail gedaan aanhoudingsverzoek van belanghebbende op de grond dat zijn raadsman is verhinderd, belanghebbende geen afstand wenst te doen van zijn recht op rechtsbijstand en hij emotioneel niet in staat is om zichzelf te verdedigen. Heeft dit verzuim nietigheid van onderzoek in raadkamer tot gevolg? In wettelijke regeling van raadkamerprocedure wordt geen rechtsgevolg verbonden aan verzuim te beslissen op verzoek tot aanhouding van behandeling in raadkamer (vgl. art. 21 tot en met 25 Sv). Het ontbreken van zo’n beslissing kan echter onder omstandigheden vanwege strijd met goede procesorde wel grond opleveren voor vernietiging van beschikking Rb. Bij beoordeling of daarvan sprake is, is met name van belang of verzoek is gemotiveerd en zo ja, op welke gronden het berust. Uit p-v van behandeling in raadkamer en beschikking Rb blijkt niet dat Rb een beslissing heeft genomen op verzoek tot aanhouding van behandeling in raadkamer. In aanmerking genomen dat belanghebbende aan dit verzoek ten grondslag heeft gelegd dat zijn raadsman is verhinderd in raadkamer te verschijnen, dat hij geen afstand wil doen van zijn recht op rechtsbijstand en dat hij emotioneel niet in staat is om zichzelf te verdedigen, is middel terecht voorgesteld. Volgt vernietiging en terugwijzing.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 21/04842 B

Datum 18 april 2023

BESCHIKKING

op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de rechtbank Gelderland van 28 oktober 2021, nummer RK 21/015142, op een vordering als bedoeld in artikel 552f van het Wetboek van Strafvordering, ingediend

door

[belanghebbende],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1989,

hierna: de belanghebbende.

1. Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de belanghebbende. Namens deze heeft P. Scholte, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.

De advocaat-generaal P.M. Frielink heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden beschikking en tot terugwijzing naar de rechtbank Gelderland, zittingsplaats Zutphen, teneinde de bestaande vordering opnieuw te beoordelen en af te doen.

2. Beoordeling van het eerste cassatiemiddel

Het cassatiemiddel klaagt dat de rechtbank niet heeft beslist op een verzoek tot aanhouding van de behandeling van de vordering van de officier van justitie tot onttrekking aan het verkeer van een telefoon.

In cassatie kan ervan worden uitgegaan dat de in het cassatiemiddel bedoelde telefoon in een strafzaak tegen de belanghebbende op grond van artikel 94 van het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv) in beslag is genomen. De officier van justitie heeft een vordering tot onttrekking aan het verkeer van deze telefoon als bedoeld in artikel 552f lid 2 Sv ingediend.

Het procesverloop is weergegeven in de conclusie van de advocaat-generaal onder 2.2. Daaruit volgt onder meer het volgende: - bij brief van 5 oktober 2021 is de belanghebbende opgeroepen om op 28 oktober 2021 te verschijnen in de raadkamer van de rechtbank bij de behandeling van de door de officier van justitie ingediende vordering tot onttrekking aan het verkeer;- bij e-mailbericht van 25 oktober 2021, gericht aan de rechtbank, heeft de raadsman van de belanghebbende laten weten dat hij niet in staat is op 28 oktober 2021 bij de behandeling in raadkamer te verschijnen;- bij e-mailbericht van 26 oktober 2021, gericht aan de rechtbank, heeft de belanghebbende verzocht om aanhouding van de behandeling in raadkamer en daartoe onder meer het volgende aangevoerd:

“- Voor de formaliteit verzoek ik primair de zaak aan te houden omdat er nog onderzoekswensen zijn vanuit mijn kant. (...)

- Secundair verzoek ik om aanhouding omdat mijn advocaat verhinderd is op de zittingsdatum.

Het OM heeft aangegeven mij niet te woord te willen staan dus ik zie geen enkele mogelijkheid mijn verdediging te voeren zonder mijn advocaat. Daarnaast heb ik recht op bijstand van een advocaat en zie ik geen zwaarwegende redenen om van dit recht af te zien.

Als laatste wil ik er op wijzen dat ik, na dik een jaar lang getreiterd te worden door het OM en de politie, er compleet emotioneel doorheen zit.

Ik ben momenteel emotioneel niet in staat om mijzelf te verdedigen en ik ga gedurende de rest van 2021 mijzelf op mijn rust focussen.

(...)

Voor een nieuwe zittingsdatum kan mijn advocaat benaderd worden.”

- bij e-mailbericht van 27 oktober 2021 is aan de raadsman van de belanghebbende een kennisgeving van de zittingsdatum van de officier van justitie verzonden, die inhoudt dat de vordering tot onttrekking aan het verkeer op 28 oktober 2021 zal worden behandeld.

Het proces-verbaal van de behandeling in raadkamer houdt in dat de belanghebbende en zijn raadsman daar niet zijn verschenen. De rechtbank heeft de vordering van de officier van justitie toegewezen en de telefoon onttrokken aan het verkeer.

In de wettelijke regeling van de raadkamerprocedure wordt geen rechtsgevolg verbonden aan het verzuim te beslissen op een verzoek tot aanhouding van de behandeling in raadkamer (vgl. de artikelen 21 tot en met 25 Sv). Het ontbreken van zo’n beslissing kan echter onder omstandigheden vanwege strijd met de goede procesorde wel een grond opleveren voor vernietiging van de beschikking van de rechtbank. Bij de beoordeling of daarvan sprake is, is met name van belang of het verzoek is gemotiveerd en zo ja, op welke gronden het berust.

Uit het proces-verbaal van de behandeling in raadkamer en de beschikking van de rechtbank blijkt niet dat de rechtbank een beslissing heeft genomen op het onder 2.2.2 weergegeven verzoek tot aanhouding van de behandeling in raadkamer. In aanmerking genomen dat de belanghebbende aan dit verzoek ten grondslag heeft gelegd dat zijn raadsman is verhinderd in raadkamer te verschijnen, dat hij geen afstand wil doen van zijn recht op rechtsbijstand en dat hij emotioneel niet in staat is om zichzelf te verdedigen, is het cassatiemiddel terecht voorgesteld.

3. Beoordeling van het tweede cassatiemiddel

Gelet op de beslissing die hierna volgt, is bespreking van het cassatiemiddel niet nodig.

4. Beslissing

De Hoge Raad:

- vernietigt de beschikking van de rechtbank;

- wijst de zaak terug naar de rechtbank Gelderland, opdat de zaak opnieuw wordt behandeld en afgedaan.

Deze beschikking is gegeven door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren M.J. Borgers en C.N. Dalebout, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 18 april 2023.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl NJB 2023/1181 RvdW 2023/513 NJ 2023/202 met annotatie van N. Jörg
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?