HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
BELASTINGKAMER
Nummer 22/01582
Datum 21 april 2023
ARREST
tot het vervallen verklaren van het arrest van de Hoge Raad van 14 april 2023, nr. 15/01582 PW, ECLI:NL:HR:2023:587, dat is gewezen op het door [X] te [Z] (hierna: belanghebbende) ingestelde beroep in cassatie tegen de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 15 maart 2022, nr. 21/295 PW.
1. Gronden voor de vervallenverklaring
Bij brief van 6 april 2023 is aan belanghebbende meegedeeld dat op vrijdag 14 april 2023 uitspraak zal worden gedaan in de procedure met zaaknummer 22/01582 PW. Tevens is daarin meegedeeld dat de beslissing wordt genomen door de leden R.J. Koopman, J. Wortel en M.T. Boerlage.
Bij een op 13 april 2023 aan de balie van de Hoge Raad afgegeven verzoekschrift heeft belanghebbende de wraking verzocht van de hiervoor onder 1.1 genoemde raadsheren.
Het hiervoor in 1.2. genoemde wrakingsverzoek is op grond van artikel 8:16 Awb tijdig ingediend. De Hoge Raad heeft op 14 april 2023 arrest gewezen terwijl nog niet op dat verzoek was beslist.
Vanwege deze tekortkoming moet het arrest van 14 april 2023, nr. 22/01582 PW, ECLI:NL:HR:2023:587, vervallen.
Het hiervoor in 1.2. genoemde wrakingsverzoek zal ter behandeling worden overgedragen aan de Vierde Kamer van de Hoge Raad.
2. Beslissing
De Hoge Raad:
- verklaart het arrest van de Hoge Raad van 14 april 2023, nr. 22/01582 PW, vervallen en
- bepaalt dat het geding wordt aangehouden totdat de Vierde Kamer van de Hoge Raad op het verzoek om wraking heeft beslist.
Dit arrest is gewezen door de vice-president R.J. Koopman als voorzitter, en de raadsheren M.T. Boerlage en J. Wortel, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 21 april 2023.