ECLI:NL:HR:2023:808

ECLI:NL:HR:2023:808, Hoge Raad, 30-05-2023, 22/00383

Instantie Hoge Raad
Datum uitspraak 30-05-2023
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 22/00383
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Cassatie
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:PHR:2023:402
Formele relatie: ECLI:NL:GHDHA:2022:52
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 12 zaken
Aangehaald door 2 zaken
7 wettelijke verwijzingen

Verwijst naar

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001830 BWBR0001854 BWBR0001903 BWBR0005789 BWBR0040632 BWBR0040634 BWBR0040635

Samenvatting

Bedreiging van medewerkers van omroepen, winkelmedewerker, medewerker van OM en medewerker van reclassering (art. 285.1 Sr), onbruikbaar maken van een voorlopig arrestantenverblijf (art. 350.1 Sr) en wederspannigheid (art. 180 Sr). Uitleg bedreiging met “enig misdrijf waardoor gevaar voor de algemene veiligheid van goederen ontstaat” a.b.i. art. 285.1 Sr. In art. 285 Sr bedoelde bedreiging met “enig misdrijf waardoor gevaar voor de algemene veiligheid van goederen ontstaat” ziet op bedreiging met misdrijf dat in Boek 2, Titel VII Sr met het opschrift “Misdrijven waardoor de algemene veiligheid van personen of goederen wordt in gevaar gebracht” (art. 157 tot en met 176c Sr) strafbaar is gesteld (vgl. HR:1997:ZD0877) en niet op bijvoorbeeld in Titel XXVII Sr strafbaar gestelde misdrijf van zaaksbeschadiging (art. 350 Sr). Hof heeft vastgesteld dat verdachte in telefoonwinkel waar aangever werkzaam was, is tekeergegaan tegen winkelpersoneel en heeft geschreeuwd: “Ik ga de winkel verbouwen als ik geen telefoon mee krijg”. Oordeel van hof dat verdachte aldus aangever heeft bedreigd met misdrijf waardoor gevaar voor algemene veiligheid van goederen is ontstaan - waarbij hof kennelijk oog had op zaaksbeschadiging - is niet begrijpelijk. HR zal verdachte vrijspreken van dit feit. Daardoor worden aard en ernst van hetgeen in bestreden uitspraak overigens ten laste van verdachte is bewezenverklaard - onder meer drie bedreigingen, waaronder twee met misdrijf tegen het leven gericht - niet aangetast, zodat verdere vernietiging van uitspraak op deze grond achterwege kan blijven. Volgt (partiële) vernietiging en vrijspraak t.a.v. bedreiging van winkelmedewerker (zonder terugwijzing). CAG (strekking): verwerping.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 22/00383

Datum 30 mei 2023

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag van 24 januari 2022, nummer 22-000495-21, in de strafzaak

tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1983,

hierna: de verdachte.

1. Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft J. Kuijper, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

Namens de verdachte hebben J. Kuijper en D.W.E. Sternfeld, beiden advocaat te Amsterdam, daarop schriftelijk gereageerd.

2. Beoordeling van het eerste cassatiemiddel

Het cassatiemiddel klaagt over de bewezenverklaring van het in de zaak met parketnummer 10-036946-19 onder 3 tenlastegelegde, voor zover die inhoudt dat de verdachte [aangever] heeft bedreigd met “enig misdrijf waardoor gevaar voor de algemene veiligheid van goederen ontstaat”.

Overeenkomstig de tenlastelegging is ten laste van de verdachte in de zaak met parketnummer 10-036946-19 onder 3 bewezenverklaard dat:

“hij op 23 maart 2019 te Rotterdam [aangever] heeft bedreigd met enig misdrijf waardoor gevaar voor de algemene veiligheid van goederen ontstaat door die [aangever] dreigend de woorden toe te voegen: “ik ga de winkel verbouwen als ik geen telefoon mee krijg”.”

Deze bewezenverklaring steunt op de volgende bewijsmiddelen:

“1. De verklaring van de verdachte op de terechtzitting van 2 februari 2021, inhoudende:

(...) Op 23 maart 2019 ben ik in de winkel van Tele2 aan de [a-straat] in Rotterdam geweest en ben daar toen tekeer gegaan tegen het winkelpersoneel. (...)

7. Het proces-verbaal van politie nummer PL1700-2019087131-2, inhoudende als verklaring van aangever [aangever] :

Ik doe aangifte van bedreiging. Ik ben werkzaam in de functie van manager van het bedrijf Tele2 Retail BV, gevestigd aan de [a-straat 1] te Rotterdam. Op 23 maart 2019 bevond ik mij in de telefoonwinkel aan de [a-straat] . Ik zag een man de winkel in komen lopen. Collega [betrokkene] hielp de man. Ik hoorde dat de man schreeuwde: “Ik ga de winkel verbouwen als ik geen telefoon mee krijg”. Ik vroeg aan [betrokkene] de klantgegevens van de man. De gegevens zijn: [verdachte] , geboren op [geboortedatum] 1983, telefoon [telefoonnummer] . Ik voelde mij bedreigd door de houding, het gedrag en hetgeen [verdachte] in de winkel geuit heeft.

(...)

De verklaring van de verdachte.

De verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep van 6 december 2021 verklaard - zakelijk weergegeven -:

(...)

Ik ben op 23 maart 2019 in een Tele 2 winkel in Rotterdam geweest. Ik ben naar binnen gegaan om te zeggen dat ik een abonnement wilde afsluiten waarbij ik een nieuwe telefoon zou krijgen. Er werd tegen mij gezegd dat ik geen nieuwe telefoon kon krijgen en dat ik alleen een sim-only abonnement kon afsluiten.”

De tenlastelegging is toegesneden op artikel 285 lid 1 van het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr). Daarom moet worden aangenomen dat de in de tenlastelegging en de bewezenverklaring voorkomende woorden “enig misdrijf waardoor gevaar voor de algemene veiligheid van goederen ontstaat” zijn gebruikt in de betekenis die die woorden hebben in die bepaling.

Artikel 285 lid 1 (oud) Sr, dat nadien alleen ten aanzien van het strafmaximum is gewijzigd, luidde ten tijde van het bewezenverklaarde feit als volgt:

“Bedreiging met openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen of goederen, met geweld tegen een internationaal beschermd persoon of diens beschermde goederen, met enig misdrijf waardoor gevaar voor de algemene veiligheid van personen of goederen of gemeen gevaar voor de verlening van diensten ontstaat, met verkrachting, met feitelijke aanranding van de eerbaarheid, met enig misdrijf tegen het leven gericht, met gijzeling, met zware mishandeling of met brandstichting, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste twee jaren of geldboete van de vierde categorie.”

De in artikel 285 Sr bedoelde bedreiging met “enig misdrijf waardoor gevaar voor de algemene veiligheid van goederen ontstaat” ziet op bedreiging met een misdrijf dat in Boek 2, Titel VII Sr met het opschrift “Misdrijven waardoor de algemene veiligheid van personen of goederen wordt in gevaar gebracht” (artikel 157 tot en met 176c Sr) strafbaar is gesteld (vgl. HR 2 december 1997, ECLI:NL:HR:1997:ZD0877) en niet op bijvoorbeeld het in Titel XXVII Sr strafbaar gestelde misdrijf van zaaksbeschadiging (artikel 350 Sr).

Het hof heeft - kort gezegd - vastgesteld dat de verdachte in de telefoonwinkel waar [aangever] werkzaam was, is tekeergegaan tegen het winkelpersoneel en heeft geschreeuwd: “Ik ga de winkel verbouwen als ik geen telefoon mee krijg”. Het oordeel van het hof dat de verdachte aldus [aangever] heeft bedreigd met een misdrijf waardoor gevaar voor de algemene veiligheid van goederen is ontstaan - waarbij het hof kennelijk het oog had op zaaksbeschadiging - is, mede gelet op wat onder 2.3.3 is vooropgesteld, niet begrijpelijk.

Daarover klaagt het cassatiemiddel terecht. De Hoge Raad zal de verdachte vrijspreken van dit feit. Daardoor worden de aard en de ernst van hetgeen in de bestreden uitspraak overigens ten laste van de verdachte is bewezenverklaard - onder meer drie bedreigingen, waaronder twee met een misdrijf tegen het leven gericht - niet aangetast, zodat een verdere vernietiging van de uitspraak op deze grond achterwege kan blijven.

3. Beoordeling van het vierde cassatiemiddel

Het cassatiemiddel klaagt dat in de cassatiefase de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 lid 1 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden is overschreden omdat de stukken te laat door het hof zijn ingezonden.

Het cassatiemiddel is gegrond. Omdat de opgelegde maatregel van terbeschikkingstelling met bevel tot verpleging van overheidswege zich naar zijn aard niet voor vermindering leent, volstaat de Hoge Raad met het oordeel dat de redelijke termijn is overschreden.

4. Beoordeling van de overige cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

5. Beslissing

De Hoge Raad:

- vernietigt de uitspraak van het hof, maar uitsluitend wat betreft de bewezenverklaring van het in de zaak met parketnummer 10-036946-19 onder 3 tenlastegelegde;

- spreekt de verdachte vrij van het in die zaak onder 3 tenlastegelegde;

- verwerpt het beroep voor het overige.

Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en C.N. Dalebout, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 30 mei 2023.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl SR-Updates.nl 2023-0105 NJB 2023/1493 RvdW 2023/629 NJ 2023/192
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?