ECLI:NL:HR:2023:921

ECLI:NL:HR:2023:921, Hoge Raad, 27-06-2023, 22/03693

Instantie Hoge Raad
Datum uitspraak 27-06-2023
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 22/03693
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Artikel 81 RO-zaken
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:PHR:2023:489
Formele relatie: ECLI:NL:GHDHA:2022:1848
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 7 zaken
Aangehaald door 7 zaken
5 wettelijke verwijzingen

Verwijst naar

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001854 BWBR0001903 BWBR0001941 BWBR0006297 BWBR0008804

Samenvatting

Bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht (art. 285.1 Sr) en voorhanden hebben omgebouwd gas-alarmpistool (art. 26.1 WWM). 1. Gebruik voor bewijs van 2 getuigenverklaringen. 2. TBS met voorwaarden opgelegd en toelaatbaarheid van voorwaarde dat verdachte i.g.v. crisissituatie meewerkt aan tijdelijke opname in instelling. Reden voor ambtshalve cassatie? Ad 1. HR: art. 81.1 RO. Ad 2. Ambtshalve opmerking HR over sanctieoplegging: In recente rechtspraak heeft HR overwogen dat hij zijn bevoegdheid tot ambtshalve cassatie o.g.v. art. 440.1 Sv tegenwoordig bijzonder spaarzaam toepast. Bij beperkte capaciteit om cassatieberoepen te behandelen en gelet op noodzaak om strafzaken binnen aanvaardbare termijn af te doen, ligt het immers in de rede behandeling in cassatie te concentreren op ingediende klachten. Daarbij speelt een rol dat, omdat cassatieklachten moeten worden ingediend door raadsman of door OM, HR er in beginsel van moet kunnen uitgaan dat misslagen in bestreden uitspraak of fouten in de aan die uitspraak voorafgegane procedure zijn opgemerkt, terwijl het achterwege blijven van een daarop toegespitste klacht kan berusten op weloverwogen keuze (vgl. HR:2012:BX0146). Dat is ook geen onredelijke veronderstelling in een geval zoals dit waarin het gaat om aanvaardbaarheid van aan sanctieoplegging verbonden voorwaarden. Dat thema wordt dus tegenwoordig in beginsel niet ambtshalve onderzocht en beoordeeld. Volgt verwerping. CAG: anders t.a.v. ambtshalve cassatie m.b.t. opgelegde voorwaarde.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 22/03693

Datum 27 juni 2023

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag van 22 september 2022, nummer 22-002225-20, in de strafzaak

tegen

[verdachte],

geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1971,

hierna: de verdachte.

1. Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft M. Kuipers, advocaat te Arnhem, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De advocaat-generaal P.C. Vegter heeft geconcludeerd tot vernietiging van het arrest doch uitsluitend voor zover het de negende voorwaarde betreft en tot verwerping van het beroep voor het overige.

2. Beoordeling van het cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3. Ambtshalve opmerking over de sanctieoplegging

Aan de verdachte is een terbeschikkingstelling met voorwaarden opgelegd. Naar aanleiding van de conclusie van de advocaat-generaal onder 11 tot en met 25 over de toepassing van ambtshalve cassatie in verband met een van die voorwaarden merkt de Hoge Raad het volgende op. In recente rechtspraak heeft de Hoge Raad overwogen dat hij zijn bevoegdheid tot ambtshalve cassatie op grond van artikel 440 lid 1 van het Wetboek van Strafvordering tegenwoordig bijzonder spaarzaam toepast. Bij een beperkte capaciteit om cassatieberoepen te behandelen en gelet op de noodzaak om strafzaken binnen een aanvaardbare termijn af te doen, ligt het immers in de rede de behandeling in cassatie te concentreren op de ingediende klachten. Daarbij speelt een rol dat, omdat cassatieklachten moeten worden ingediend door een raadsman of door het openbaar ministerie, de Hoge Raad er in beginsel van moet kunnen uitgaan dat misslagen in de bestreden uitspraak of fouten in de aan die uitspraak voorafgegane procedure zijn opgemerkt, terwijl het achterwege blijven van een daarop toegespitste klacht kan berusten op een weloverwogen keuze. (Vgl. in enigszins andere bewoordingen HR 11 september 2012, ECLI:NL:HR:2012:BX0146.) Dat is ook geen onredelijke veronderstelling in een geval zoals dit waarin het gaat om de aanvaardbaarheid van aan de sanctieoplegging verbonden voorwaarden. Dat thema wordt dus tegenwoordig in beginsel niet ambtshalve onderzocht en beoordeeld.

4. Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren M.J. Borgers, A.E.M. Röttgering, C. Caminada en T. Kooijmans, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 27 juni 2023.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl NJB 2023/1792 RvdW 2023/767 JIN 2023/127 met annotatie van mr. C. van Oort NJ 2024/139 met annotatie van P.A.M. Mevis
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?