HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 23/02770
Datum 10 september 2024
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 13 juli 2023, nummer 23-000592-22, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1998,
hierna: de verdachte.
1. Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft J. Kuijper, advocaat in Amsterdam, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.
De advocaat-generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2. Beoordeling van het cassatiemiddel
Het cassatiemiddel klaagt dat het bewezenverklaarde medeplegen van voorbereiding van moord niet uit de bewijsvoering van het hof kan volgen.
Ten laste van de verdachte is bewezenverklaard dat:
“hij in de periode van 6 februari 2021 tot en met 4 maart 2021 te Amsterdam, tezamen en in vereniging met een ander, ter voorbereiding van het misdrijf waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van acht jaren of meer is gesteld, te weten moord als bedoeld in artikel 289 van het Wetboek van Strafrecht op een persoon, te weten [slachtoffer 1] , opzettelijk
- een peilbaken en
- een simkaart en
- een telefoon met applicatie TKSTAR GPS (voor het instellen en volgen van een GPS-tracker), bestemd tot het begaan van dat misdrijf, voorhanden heeft gehad.”
Deze bewezenverklaring steunt op de bewijsmiddelen die zijn opgenomen in de bijlage bij het arrest van het hof. Verder heeft het hof in zijn arrest een bewijsoverweging opgenomen zoals weergegeven in de conclusie van de advocaat-generaal onder 9.
Het hof heeft in zijn bewijsvoering gemotiveerd op grond waarvan naar zijn oordeel het tenlastegelegde medeplegen van voorbereiding van moord is bewezen. Dat oordeel geeft niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting en is, in het licht van de door het hof gebruikte bewijsvoering en mede gelet op wat daarover is opgemerkt in de conclusie van de advocaat-generaal onder 12 tot en met 17 en 22 tot en met 27, toereikend gemotiveerd.
Het cassatiemiddel faalt.
3. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren T. Kooijmans en T.B. Trotman, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 10 september 2024.