HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 23/02380
Datum 6 september 2024
ARREST
In de zaak van
DE STAAT DER NEDERLANDEN (Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties; Rijksvastgoedbedrijf),
zetelende te Den Haag,
EISER tot cassatie,
hierna: de Staat,
advocaat: M.W. Scheltema,
tegen
1. FASTNED B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
2. THE FAST CHARGING NETWORK B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
VERWEERSTERS in cassatie,
hierna: Fastned c.s.,
advocaten: B.I. Kraaipoel en T.E. Booms.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. de vonnissen in de zaak C/09/555491 / HA ZA 18-726 van de rechtbank Den Haag van 17 oktober 2018, 19 december 2018 en 14 april 2021;
b. het arrest in de zaken 200.300.746/01 en 200.300.946/01 van het gerechtshof Den Haag van 21 maart 2023.
De Staat heeft tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.
Fastned c.s. hebben een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal B.J. Drijber strekt tot verwerping van het cassatieberoep. De advocaat van de Staat heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2. Beoordeling van het middel
De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3. Beslissing
De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt de Staat in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Fastned c.s. begroot op € 857,-- aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien de Staat deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.
Dit arrest is gewezen door de vicepresident M.V. Polak als voorzitter en de raadsheren C.E. du Perron, H.M. Wattendorff, F.R. Salomons en G.C. Makkink, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A.E.B. ter Heide op 6 september 2024.