HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 23/02374
Datum 13 september 2024
ARREST
In de zaak van
1. [eiser 1],
wonende te [woonplaats],
2. REFLECS B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
3. ALVOWIKI B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
EISERS tot cassatie,
hierna gezamenlijk: [eisers],
advocaat: D. Rijpma,
tegen
DE STAAT DER NEDERLANDEN (Ministerie van Justitie en Veiligheid),
zetelende te Den Haag,
VERWEERDER in cassatie,
hierna: de Staat,
advocaat: G.C. Nieuwland.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. het vonnis in de zaak C/09/582407 / HA ZA 19-1120 van de rechtbank Den Haag van 2 december 2020;
b. het arrest in de zaak 200.295.573/02 van het gerechtshof Den Haag van 21 maart 2023.
[eisers] hebben tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.
De Staat heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor de Staat toegelicht door zijn advocaat en mede door M.W. Bakker.
De conclusie van de Advocaat-Generaal G. Snijders strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
2. Beoordeling van het middel
De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3. Beslissing
De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt [eisers] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de Staat begroot op € 857,-- aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien [eisers] deze niet binnen veertien dagen na heden hebben voldaan.
Dit arrest is gewezen door de vicepresident V. van den Brink als voorzitter en de raadsheren F.J.P. Lock, S.J. Schaafsma, F.R. Salomons en T. Kooijmans, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A.E.B. ter Heide op 13 september 2024.