ECLI:NL:HR:2024:1287

ECLI:NL:HR:2024:1287, Hoge Raad, 24-09-2024, 22/01623

Instantie Hoge Raad
Datum uitspraak 24-09-2024
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 22/01623
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Cassatie
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:PHR:2024:853
Formele relatie: ECLI:NL:GHARL:2022:2943
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 19 zaken
Aangehaald door 1 zaken
3 wettelijke verwijzingen

Verwijst naar

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001830 BWBR0001854 BWBR0001903

Samenvatting

Medeplegen witwassen door zijn bankpassen en pincodes af te staan, waarna op zijn bankrekeningen geldbedragen terecht komen die afkomstig zijn van fraude (art. 420bis.1.b Sr). Vrijspraak in eerste aanleg van primair tlgd. medeplegen en veroordeling voor subsidiair tlgd. medeplichtigheid. 1. Bewijsklachten criminele herkomst van geldbedragen. 2. Bewijsklacht opzet. 3. Bewijsklacht medeplegen. HR: Om redenen vermeld in CAG leiden middelen niet tot cassatie. CAG: 1. Hof heeft niet onbegrijpelijk en toereikend gemotiveerd geoordeeld dat zich gerechtvaardigd witwasvermoeden voordeed, zodat van verdachte mocht worden verlangd dat hij concrete, verifieerbare en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijke verklaring gaf over herkomst van geldbedrag. Oordeel van hof dat verklaring van verdachte niet aannemelijk is, is niet onbegrijpelijk en toereikend gemotiveerd. 2. Oordeel van hof dat verdachte op zijn minst bewust aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat gelden die door aangever naar zijn bankrekeningen werden overgemaakt uit misdrijf afkomstig waren, is niet onbegrijpelijk en toereikend gemotiveerd. 3. Uit bewijsvoering hof volgt genoegzaam dat verdachte in ieder geval als pleger door aangever naar zijn bankrekeningen overgemaakte geldbedragen heeft verworven en voorhanden gehad. Nu hof daarnaast niet onbegrijpelijk heeft vastgesteld dat meerdere personen bij witwassen betrokken zijn geweest en dat mede door tussenkomst van verdachte kort na overboekingen geldbedragen zijn opgenomen bij geldautomaten en zijn doorgeboekt van ene bankrekening van verdachte naar diens andere bankrekening, getuigt oordeel van hof dat kan worden gesproken van bewuste en nauwe samenwerking tussen verdachte en onbekend gebleven personen en dat bijdrage van verdachte aan witwassen van voldoende gewicht is om van medeplegen te spreken, niet van onjuiste rechtsopvatting. Oordeel is ook niet onbegrijpelijk en toereikend gemotiveerd. Volgt verwerping. Samenhang met 22/01622 (niet gepubliceerd; geen middelen ingediend, verdachte n-o).

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 22/01623

Datum 24 september 2024

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 15 april 2022, nummer 21-004308-21, in de strafzaak

tegen

[verdachte] ,

geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1981,

hierna: de verdachte.

1. Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft J.D. Nijenhuis, advocaat in Leeuwarden, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.

De advocaat-generaal E.J. Hofstee heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf, tot vermindering daarvan aan de hand van de gebruikelijke maatstaf, en tot verwerping van het beroep voor het overige.

De raadsman van de verdachte heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2. Beoordeling van de cassatiemiddelen

De cassatiemiddelen komen met verschillende klachten op tegen de bewezenverklaring. De cassatiemiddelen lenen zich voor gezamenlijke bespreking.

De cassatiemiddelen leiden niet tot cassatie. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal.

3. Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof

De Hoge Raad doet uitspraak nadat meer dan twee jaren zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Dat brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 lid 1 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden is overschreden. In het licht van de opgelegde gevangenisstraf van drie maanden en de mate waarin de redelijke termijn is overschreden, volstaat de Hoge Raad met het oordeel dat de redelijke termijn is overschreden, en is er geen aanleiding om aan dat oordeel enig ander rechtsgevolg te verbinden.

4. Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en M. Kuijer, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 24 september 2024.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl SR-Updates.nl 2024-0210 RvdW 2024/904
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?