HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 23/03293
Datum 27 september 2024
ARREST
In de zaak van
OI EUROPEAN GROUP B.V.,
gevestigd te Schiedam,
EISERES tot cassatie,
hierna: OIEG,
advocaat: R.R. Verkerk,
tegen
1. PETRÓLEOS DE VENEZUELA S.A.,
gevestigd te Caracas, Venezuela,
2. BARIVEN S.A.,
gevestigd te Caracas, Venezuela,
3. PROPERNYN B.V.,
gevestigd te Den Haag,
4. PDVSA SERVICES B.V.,
gevestigd te Leidschendam,
5. ( PETROLEOS DE VENEZUELA) PDV EUROPA B.V.,
gevestigd te Den Haag,
VERWEERSTERS in cassatie,
hierna gezamenlijk: PDVSA c.s.,
advocaat: D.M. de Knijff.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. de vonnissen in de zaak C/09/580846 / HA ZA 19-1030 van de rechtbank Den Haag van 8 april 2020, 21 oktober 2020, 11 augustus 2021 en 16 februari 2022;
b. het arrest in de zaak 200.310.804/01 van het gerechtshof Den Haag van 30 mei 2023.
OIEG heeft tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.
PDVSA c.s. hebben een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten, en voor OIEG mede door D.S. Walta-Jansen en J. Biezenaar.
De conclusie van de Advocaat-Generaal B.F. Assink strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van OIEG heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2. Beoordeling van het middel
De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3. Beslissing
De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt OIEG in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van PDVSA c.s. begroot op € 14.229,-- aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien OIEG deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.
Dit arrest is gewezen door de vicepresident M.J. Kroeze als voorzitter en de raadsheren H.M. Wattendorff en A.E.B. ter Heide, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A.E.B. ter Heide op 27 september 2024.