ECLI:NL:HR:2024:1415

ECLI:NL:HR:2024:1415, Hoge Raad, 05-11-2024, 23/01745

Instantie Hoge Raad
Datum uitspraak 05-11-2024
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 23/01745
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Cassatie
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:PHR:2024:800
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 9 zaken
Aangehaald door 1 zaken
5 wettelijke verwijzingen

Verwijst naar

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001830 BWBR0001854 BWBR0001903 BWBR0006622 BWBR0011470

Samenvatting

Verduistering van auto, art. 321 Sr. Strafmotivering (gevangenisstraf van 1 week), art. 359.6 Sv. Kon hof (meervoudige kamer) ter motivering van strafoplegging afgezien van standaardoverweging (aard en ernst van bewezenverklaarde, omstandigheden waaronder dit is begaan en persoon van verdachte zoals bij onderzoek ttz. is gebleken) volstaan met enkele vermelding dat in p-v van tz. opgenomen motivering van strafoplegging “als hier herhaald en ingelast” moet worden beschouwd, terwijl p-v van tz. in hoger beroep geen weergave inhoudt van mondelinge strafmotivering? Raadsman heeft o.g.v. art. 4.3.6.3 Procesreglement HR verzocht om toezending van eventueel afzonderlijk opgemaakt p-v van tz. waarop in h.b. uitspraak is gedaan. Daarnaar gevraagd heeft hof aan HR bericht dat zo’n afzonderlijk p-v niet is opgemaakt. ’s Hofs overwegingen bevatten geen opgave van redenen die in het bijzonder hebben geleid tot keuze van opleggen van vrijheidsbenemende straf. Dat is in strijd met art. 359.6 Sv. Dat verzuim leidt o.g.v. art. 359.8 Sv tot nietigheid (vgl. HR:2016:2191). HR merkt op dat hof, door in zijn arrest voor strafmotivering te verwijzen naar eventueel op te maken p-v van tz. ook niet heeft voldaan aan vereiste van art. 359.5 Sv dat arrest de redenen opgeeft die straf hebben bepaald of tot maatregel hebben geleid. Dat die redenen in arrest worden opgenomen, zonder daarbij verwijzing naar p-v van tz. te hanteren, is van belang omdat, gelet op regeling van art. 327a Sv, op het moment dat arrest wordt gewezen (volledig) p-v van tz. (nog) niet beschikbaar hoeft te zijn (vgl. HR:2024:232). Volgt (partiële) vernietiging t.a.v. strafoplegging en terugwijzing.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 23/01745

Datum 5 november 2024

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 19 april 2023, nummer 21-001358-22, in de strafzaak

tegen

[verdachte] ,

geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1987,

hierna: de verdachte.

1. Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft D. Bektesević, advocaat in Amsterdam, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.

De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot vernietiging van de uitspraak van het hof, maar uitsluitend wat betreft de strafoplegging, tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, opdat de zaak ten aanzien daarvan opnieuw wordt berecht en afgedaan, en tot verwerping van het beroep voor het overige.

2. Beoordeling van het cassatiemiddel

Het cassatiemiddel klaagt dat het hof in strijd met artikel 359 lid 6 van het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv) in zijn uitspraak niet in het bijzonder de redenen heeft opgegeven die hebben geleid tot het opleggen van een vrijheidsbenemende straf.

Het hof heeft de verdachte wegens verduistering veroordeeld tot een gevangenisstraf van één week. Het hof heeft de strafoplegging als volgt gemotiveerd:

“Het hof heeft onmiddellijk na het onderzoek ter terechtzitting van 19 april 2023 uitspraak gedaan in aanwezigheid van de raadsman van verdachte, mr. D. Bektesevic. De strafoplegging is toen mondeling gemotiveerd. Deze motivering wordt opgenomen in het eventueel op te maken proces-verbaal van de zitting en dient als hier herhaald en ingelast te worden beschouwd. De aldus gemotiveerde strafoplegging is in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.”

Het in de conclusie van de advocaat-generaal onder 5 gedeeltelijk weergegeven proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep houdt geen weergave in van de mondelinge strafmotivering.

De raadsman van de verdachte heeft op grond van artikel 4.3.6.3 van het Procesreglement Hoge Raad der Nederlanden verzocht om toezending van een eventueel afzonderlijk opgemaakt proces-verbaal van de terechtzitting waarop in hoger beroep uitspraak is gedaan. Daarnaar gevraagd heeft het hof aan de Hoge Raad bericht dat zo’n afzonderlijk proces-verbaal niet is opgemaakt.

De hiervoor onder 2.2.1 weergegeven overwegingen bevatten geen opgave van de redenen die in het bijzonder hebben geleid tot de keuze van het opleggen van een vrijheidsbenemende straf. Dat is in strijd met artikel 359 lid 6 Sv. Dat verzuim leidt op grond van artikel 359 lid 8 Sv tot nietigheid (vgl. HR 27 september 2016, ECLI:NL:HR:2016:2191).

Het cassatiemiddel is terecht voorgesteld.

Opmerking verdient dat het hof, door in zijn arrest voor de strafmotivering te verwijzen naar het eventueel op te maken proces-verbaal van de terechtzitting ook niet heeft voldaan aan het vereiste van artikel 359 lid 5 Sv dat het arrest de redenen opgeeft die de straf hebben bepaald of tot de maatregel hebben geleid. Dat die redenen in het arrest worden opgenomen, zonder daarbij een verwijzing naar het proces-verbaal van de terechtzitting te hanteren, is van belang omdat, gelet op de regeling van artikel 327a Sv, op het moment dat het arrest wordt gewezen een (volledig) proces-verbaal van de terechtzitting (nog) niet beschikbaar hoeft te zijn. (Vgl. HR 13 februari 2024, ECLI:NL:HR:2024:232.)

3. Beslissing

De Hoge Raad:

- vernietigt de uitspraak van het hof, maar uitsluitend wat betreft de strafoplegging;

- wijst de zaak terug naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, opdat de zaak ten aanzien daarvan opnieuw wordt berecht en afgedaan;

- verwerpt het beroep voor het overige.

Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren T.B. Trotman en R. Kuiper, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 5 november 2024.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl SR-Updates.nl 2024-0271 NJB 2024/2395 RvdW 2024/1098
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?