HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 23/02777
Datum 11 oktober 2024
HERSTELARREST
In de zaak van
1. [eiser 1],
wonende te [woonplaats],
hierna: [eiser 1],
2. [eiseres 2],
wonende te [woonplaats],
hierna: [eiseres 2],
EISERS tot cassatie, eisers in het incident,
hierna gezamenlijk: [eisers],
advocaat: C.S.G. Janssens,
tegen
1. [verweerder 1],
wonende te [woonplaats],
2. [verweerster 2],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDERS in cassatie, verweerders in het incident,
hierna gezamenlijk: [verweerders],
advocaat: J.H.M. van Swaaij.
1. Het arrest in dit geding
De Hoge Raad heeft in deze zaak op 4 oktober 2024 een arrest in het incident gewezen (ECLI:NL:HR:2024:1367). In dat arrest staat in de kop dat [eisers] verweerders zijn in het incident en [verweerders] eisers in het incident. Dat is een kennelijke verschrijving, aangezien [eisers] het incident hebben geopend door de schorsing van het geding in te roepen.
Ook staat in rov. 3.5 van het arrest 'overgewogen' in plaats van overwogen:
“3.5 Uit hetgeen hiervoor in 3.2-3.4 is overgewogen volgt dat de door [eisers] ingeroepen schorsingsgrond van art. 225 lid 1, aanhef en onder b, Rv zich voordoet.”
De advocaat van [eisers] heeft de Hoge Raad verzocht de hiervoor in 1.1 vermelde fouten te rectificeren. De advocaat van [verweerders] heeft laten weten geen bezwaar te hebben tegen dit verzoek. De Hoge Raad zal deze fouten, die zich lenen voor eenvoudig herstel, op de voet van art. 31 Rv als volgt verbeteren.
De kop van het arrest dient als volgt te worden gelezen:
1. [eiser 1],
wonende te [woonplaats],
hierna: [eiser 1],
2. [eiseres 2],
wonende te [woonplaats],
hierna: [eiseres 2],
EISERS tot cassatie, eisers in het incident,
hierna gezamenlijk: [eisers],
advocaat: C.S.G. Janssens,
tegen
1. [verweerder 1],
wonende te [woonplaats],
2. [verweerster 2],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDERS in cassatie, verweerders in het incident,
hierna gezamenlijk: [verweerders],
advocaat: J.H.M. van Swaaij.
De hiervoor in 1.1 geciteerde zin in rov 3.5 van het arrest dienst als volgt te worden gelezen:
“3.5 Uit hetgeen hiervoor in 3.2-3.4 is overwogen volgt dat de door [eisers] ingeroepen schorsingsgrond van art. 225 lid 1, aanhef en onder b, Rv zich voordoet.”
2. Beslissing
De Hoge Raad:
- verbetert de hiervoor in 1.1 vermelde fouten in het op 4 oktober 2024 in deze zaak gewezen arrest op de wijze als hiervoor in 1.3 en 1.4 vermeld;
- stelt de verbetering op de minuut van dat arrest.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren F.J.P. Lock, als voorzitter, A.E.B. ter Heide, F.R. Salomons, G.C. Makkink en K. Teuben, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A.E.B. ter Heide op 11 oktober 2024.