ECLI:NL:HR:2024:1459

ECLI:NL:HR:2024:1459, Hoge Raad, 15-10-2024, 22/02576

Instantie Hoge Raad
Datum uitspraak 15-10-2024
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 22/02576
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Cassatie
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:GHSHE:2022:2142
Formele relatie: ECLI:NL:PHR:2024:654
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 18 zaken
Aangehaald door 4 zaken
3 wettelijke verwijzingen

Verwijst naar

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001830 BWBR0001854 BWBR0001903

Samenvatting

Mishandeling door ander in hoop bladeren te duwen (art. 300.1 Sr) en bedreiging (art. 285.1 Sr). 1. Bewijsklacht mishandeling. Volgt uit ’s hofs bewijsvoering dat slachtoffer pijn en letsel is toegebracht? 2. Strafmotivering (gevangenisstraf van 8 weken, waarvan 3 weken voorwaardelijk, en vrijheidsbeperkende maatregel). Wekt opgelegde gevangenisstraf mede gelet op LOVS-oriëntatiepunten verbazing? Wordt vrijheidsbeperkende maatregel uitgezonderd van vernietiging t.a.v. strafoplegging? Ad 1. Onder “mishandeling” a.b.i. art. 300 Sr moet worden verstaan het opzettelijk aan ander toebrengen van lichamelijk letsel of pijn, het opzettelijk benadelen van gezondheid en (onder omstandigheden) het opzettelijk bij ander teweegbrengen van min of meer hevige onlust veroorzakende gewaarwording in of aan lichaam, een en ander zonder dat daarvoor rechtvaardigingsgrond bestaat (vgl. HR:2014:2677). Uit bewijsmiddelen kan niet zonder meer worden afgeleid dat verdachte de ander heeft “mishandeld” in hiervoor weergegeven zin. ‘s Hofs uitspraak hof is ten aanzien daarvan dus ontoereikend gemotiveerd. Ad 2. Gelet op beslissing HR die inhoudt dat ‘s hofs uitspraak onder meer wat betreft strafoplegging wordt vernietigd, is bespreking van middel niet nodig. HR merkt op dat door hof opgelegde vrijheidsbeperkende maatregel buiten deze vernietiging wordt gehouden om redenen vermeld in CAG. Oplegging van vrijheidsbeperkende maatregel door hof moet daarbij zo worden verstaan dat aan verdachte 1 vrijheidsbeperkende maatregel is opgelegd waarbij verdachte wordt bevolen zich niet op te houden in bepaald gebied en tevens wordt bevolen zich te onthouden van contact met bepaalde personen en dat duur van vervangende hechtenis die ten hoogste ten uitvoer kan worden gelegd voor iedere keer dat niet aan 1 van die verplichtingen wordt voldaan 2 weken bedraagt, waarbij o.g.v. art. 38w.3 Sr van rechtswege geldt dat totale duur van ten uitvoer gelegde vervangende hechtenis ten hoogste 6 maanden bedraagt (vgl. HR:2023:282). Volgt partiële vernietiging en terugwijzing.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 22/02576

Datum 15 oktober 2024

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 30 juni 2022, nummer 20-000092-22, in de strafzaak

tegen

[verdachte] ,

geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1974,

hierna: de verdachte.

1. Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft R.L.A. Klaassen, advocaat in Vught, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.

De plaatsvervangend advocaat-generaal M.E. van Wees heeft geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden arrest, maar uitsluitend voor wat betreft de bewezenverklaring in de zaak met parketnummer 01-290009-21 en de strafoplegging, met uitzondering van de twee opgelegde vrijheidsbeperkende maatregelen, en tot terugwijzing naar het gerechtshof ’s-Hertogenbosch, teneinde in zoverre opnieuw te worden berecht en afgedaan.

2. Beoordeling van het eerste cassatiemiddel

Het cassatiemiddel komt op tegen de bewezenverklaarde mishandeling van [aangever] en klaagt daarbij in het bijzonder dat uit de bewijsvoering van het hof niet volgt dat het slachtoffer pijn of letsel is toegebracht.

Ten laste van de verdachte is in de zaak met parketnummer 01-290009-21 bewezenverklaard dat:

“hij op 25 oktober 2021 te [plaats] , [aangever] heeft mishandeld door die [aangever] tegen het lichaam te duwen, waardoor die [aangever] ten val is gekomen.”

Deze bewezenverklaring steunt op de volgende bewijsmiddelen:

“1. Het proces-verbaal van aangifte d.d. 25 oktober 2021, dossierpagina’s 3-4, voor zover inhoudende als verklaring van [aangever] :

(dossierpagina 3)Op maandag 25 oktober 2021 omstreeks 16.15 uur was ik bij [betrokkene 1] (hof begrijpt: [betrokkene 1] , de moeder van verdachte). Ik ken de zoon van [betrokkene 1] , [verdachte] . Ik was samen met [betrokkene 1] hout in de aanhanger aan het laden en toen kwam [verdachte] eraan lopen. Ik hoorde hem roepen: “Ga naar huis dikke vette boer”. Ik zag dat [verdachte] hout oppakte en in mijn richting gooide. Hij liep naar mij toe en greep mij vast en duwde mij naar de grond. Dit deed hij met twee handen.

2. Het proces-verbaal van verhoor getuige d.d. 25 oktober 2021, dossierpagina’s 7-8, voor zover inhoudende als verklaring van [betrokkene 1] :

(dossierpagina 7)Op 25 oktober 2021 omstreeks 16.30 uur was ik samen met een vriend van mij, [aangever] (hof: aangever) tuinafval op zijn aanhanger aan het laden. Mijn woning ligt aan het [a-straat 1] in [plaats] . Toen ik samen met [aangever] in de tuin stond, kwam mijn zoon [verdachte] zonder aanleiding op hem af gelopen. Ik zag dat [verdachte] [aangever] in een hoop bladeren duwde.

3. Het proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 26 oktober 2021, dossierpagina’s 23-27, voor zover inhoudende als verklaring van de verdachte:

(dossierpagina 26)Ik heb [aangever] geduwd. Toen viel hij op de grond.”

Onder ‘mishandeling’ in de zin van artikel 300 van het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr) moet worden verstaan het opzettelijk aan een ander toebrengen van lichamelijk letsel of pijn, het opzettelijk benadelen van de gezondheid en ‑ onder omstandigheden ‑ het opzettelijk bij een ander teweegbrengen van een min of meer hevige onlust veroorzakende gewaarwording in of aan het lichaam, een en ander zonder dat daarvoor een rechtvaardigingsgrond bestaat. (Vgl. HR 9 september 2014, ECLI:NL:HR:2014:2677.)

Uit de onder 2.2 weergegeven bewijsmiddelen kan niet zonder meer worden afgeleid dat de verdachte [aangever] heeft “mishandeld” in de onder 2.3 weergegeven zin. De uitspraak van het hof is ten aanzien daarvan dus ontoereikend gemotiveerd.

3. Beoordeling van het tweede cassatiemiddel

Het cassatiemiddel klaagt over de motivering door het hof van de opgelegde gevangenisstraf van acht weken, waarvan drie weken voorwaardelijk.

Gelet op de beslissing die hierna volgt en die inhoudt dat de bestreden uitspraak onder meer wat betreft de strafoplegging wordt vernietigd, is bespreking van het cassatiemiddel niet nodig. Daarbij verdient opmerking dat de door het hof opgelegde vrijheidsbeperkende maatregel buiten deze vernietiging wordt gehouden om de redenen die zijn vermeld in de conclusie van de plaatsvervangend advocaat-generaal onder 4.3.

De oplegging van de vrijheidsbeperkende maatregel door het hof moet daarbij zo worden verstaan dat aan de verdachte één vrijheidsbeperkende maatregel is opgelegd waarbij de verdachte wordt bevolen zich niet op te houden in een bepaald gebied en tevens wordt bevolen zich te onthouden van contact met bepaalde personen, en dat de duur van de vervangende hechtenis die ten hoogste ten uitvoer kan worden gelegd voor iedere keer dat niet aan één van die verplichtingen wordt voldaan twee weken bedraagt, waarbij op grond van artikel 38w lid 3 Sr van rechtswege geldt dat de totale duur van de ten uitvoer gelegde vervangende hechtenis ten hoogste zes maanden bedraagt. (Vgl. HR 21 februari 2023, ECLI:NL:HR:2023:282, rechtsoverweging 2.4.)

4. Beslissing

De Hoge Raad:

- vernietigt de uitspraak van het hof, maar uitsluitend wat betreft het in de zaak met parketnummer 01-290009-21 tenlastegelegde en de strafoplegging, met uitzondering van de door het hof opgelegde vrijheidsbeperkende maatregel;

- wijst de zaak terug naar het gerechtshof ’s-Hertogenbosch, opdat de zaak in zoverre opnieuw wordt berecht en afgedaan;

- verwerpt het beroep voor het overige.

Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren M. Kuijer en C. Caminada, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 15 oktober 2024.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl SR-Updates.nl 2024-0233 NJB 2024/2154 RvdW 2024/994
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?