ECLI:NL:HR:2024:1689

ECLI:NL:HR:2024:1689, Hoge Raad, 26-11-2024, 23/02338

Instantie Hoge Raad
Datum uitspraak 26-11-2024
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 23/02338
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Cassatie
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:PHR:2024:979
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 8 zaken
Aangehaald door 1 zaken
3 wettelijke verwijzingen

Verwijst naar

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001830 BWBR0001903 BWBR0004825

Samenvatting

Te hard rijden, art. 62 jo. bord A 1 bijlage I RVV 1990. Redelijke termijn in feitelijke aanleg, betekening van verstekmededeling in eerste aanleg. Kon hof oordelen dat geen sprake is van overschrijding van redelijke termijn? HR: Om redenen vermeld in CAG slaagt middel. Redelijke termijn a.b.i. art. 6.1 EVRM is in feitelijke aanleg overschreden. In het licht van opgelegde geldboete van € 800 volstaat HR met oordeel dat redelijke termijn is overschreden en is er geen aanleiding om aan dat oordeel enig ander rechtsgevolg te verbinden. CAG: Uit stukken blijkt dat meerdere malen is gepoogd verstekmededeling uit te reiken op BRP-adres van verdachte. Omdat aldaar geen uitreiking heeft kunnen geschieden, is verstekmededeling uitgereikt aan autoriteit van welke zij is uitgegaan. Niet blijkt dat overeenkomstig art. 36e.2.b Sv door (medewerker van) OM afschrift van verstekmededeling is verzonden naar BRP-adres. Van rechtsgeldige betekening van verstekmededeling is dan ook geen sprake. Eerst door het in persoon uitreiken van verstekmededeling op 29-3-2022 heeft zich omstandigheid a.b.i. art. 408.2 Sv voorgedaan waaruit voortvloeit dat verdachte bekend is geworden met vonnis Ktr van 30-9-2020. Van rechtsgeldige betekening van verstekmededeling binnen een jaar is geen sprake, zodat redelijke termijn is overschreden. Volgt verwerping.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 23/02338

Datum 26 november 2024

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 14 juni 2023, nummer 21-001416-22, in de strafzaak

tegen

[verdachte] ,

geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1985,

hierna: de verdachte.

1. Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft J.J. Weldam, advocaat in Utrecht, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.

De advocaat-generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de hoogte van de opgelegde geldboete, tot vermindering daarvan aan de hand van de gebruikelijke maatstaf en tot verwerping van het beroep voor het overige.

De raadsman van de verdachte heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2. Beoordeling van het eerste en het tweede cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3. Beoordeling van het derde cassatiemiddel

Het cassatiemiddel klaagt dat het oordeel van het hof dat geen sprake is van overschrijding van de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 lid 1 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden niet begrijpelijk is.

Het cassatiemiddel slaagt. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal onder 6.1 tot en met 6.10.

Dat brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 lid 1 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden in feitelijke aanleg is overschreden. In het licht van de opgelegde geldboete van € 800, volstaat de Hoge Raad met het oordeel dat de redelijke termijn is overschreden, en is er geen aanleiding om aan dat oordeel enig ander rechtsgevolg te verbinden.

4. Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren T. Kooijmans en C.N. Dalebout, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 26 november 2024.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl SR-Updates.nl 2024-0304 RvdW 2025/31
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?