ECLI:NL:HR:2024:1701

ECLI:NL:HR:2024:1701, Hoge Raad, 26-11-2024, 22/02055

Instantie Hoge Raad
Datum uitspraak 26-11-2024
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 22/02055
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Cassatie
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:PHR:2024:1094
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 16 zaken
Aangehaald door 1 zaken
4 wettelijke verwijzingen

Verwijst naar

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001830 BWBR0001854 BWBR0001903 BWBR0001941

Samenvatting

Profijtontneming, w.v.v. uit hennepteelt. Schatting w.v.v., berekening van omvang van kosten. Had hof kosten die zijn vermeld in ontnemingsrapport in mindering moeten brengen op schatting? HR: Om redenen vermeld in CAG slaagt klacht. CAG: Hof heeft w.v.v. becijferd als “(opbrengst – kosten vermeld op gele briefje) : 3” en niet, zoals het zich kennelijk had voorgenomen, als “(opbrengst – kosten vermeld in ontnemingsrapport – kosten vermeld op gele briefje) : 3”. HR zal zaak zelf afdoen door bedrag van geschat w.v.v. en aan Staat te betalen bedrag te verminderen met de in ontnemingsrapport genoemde kosten gedeeld door 3 (bedrag van € 894,63). HR vermindert schatting w.v.v. en opgelegde betalingsverplichting.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 22/02055 P

Datum 26 november 2024

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 24 mei 2022, nummer 21-001404-21, op een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ten laste

van

[betrokkene] ,

geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1990,

hierna: de betrokkene.

1. Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de betrokkene. Namens deze hebben J. Kuijper en D.W.E. Sternfeld, beiden advocaat in Amsterdam, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.

De advocaat-generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak, doch alleen wat betreft de hoogte van de opgelegde betalingsverplichting, tot vermindering daarvan (op de in randnummers 38 en 39 van de conclusie voorgestelde wijze) en tot verwerping van het beroep voor het overige.

2. Beoordeling van het cassatiemiddel

Het cassatiemiddel klaagt onder meer dat het hof kosten die zijn vermeld in het ontnemingsrapport niet in mindering heeft gebracht op het bedrag waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat.

Voor zover het cassatiemiddel hierover klaagt, slaagt het. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal. De Hoge Raad zal de zaak zelf afdoen door het bedrag van het geschatte wederrechtelijk verkregen voordeel en het aan de Staat te betalen bedrag te verminderen met de in het ontnemingsrapport genoemde kosten gedeeld door drie, dus met een bedrag van € 894,63.

De Hoge Raad heeft ook de verder in het cassatiemiddel aangevoerde klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3. Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof

De Hoge Raad doet uitspraak nadat meer dan twee jaren zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Dat brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 lid 1 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden is overschreden. Dit moet leiden tot verdere vermindering van de betalingsverplichting.

4. Beslissing

De Hoge Raad:

- vernietigt de uitspraak van het hof, maar uitsluitend wat betreft de hoogte van de schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel en de hoogte van de opgelegde betalingsverplichting;

- vermindert het bedrag van de schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel in die zin dat de hoogte daarvan € 6.006,14 bedraagt;

- vermindert het te betalen bedrag in die zin dat de hoogte daarvan € 5.705 bedraagt;

- verwerpt het beroep voor het overige.

Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren T. Kooijmans en R. Kuiper, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 26 november 2024.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl RvdW 2025/20
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?