HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 23/01518
Datum 6 december 2024
ARREST
In de zaak van
1. CURAÇAO AIRPORT HOLDING N.V.,
gevestigd in Curaçao,
2. HATO ASSETS COMPANY N.V.,
gevestigd in Curaçao,
EISERESSEN tot cassatie,
hierna gezamenlijk: CAH c.s.,
advocaten: H. Boom en R.P.J.L. Tjittes,
tegen
WIJNMAKERIJ CURAÇAO N.V.,
gevestigd in Curaçao,
VERWEERSTER in cassatie,
hierna: Wijnmakerij,
advocaat: J.W.H. van Wijk.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. de vonnissen in de zaak CUR201902487 van het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao van 13 januari 2020, 14 september 2020 en 10 mei 2021;
b. het vonnis in de zaak CUR201902487 - CUR2021H00178 van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba van 17 januari 2023.
CAH c.s. hebben tegen het vonnis van het hof beroep in cassatie ingesteld.
Wijnmakerij heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor Wijnmakerij toegelicht door haar advocaat.
De conclusie van de Advocaat-Generaal B.F. Assink strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaten van CAH c.s. hebben schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2. Beoordeling van het middel
De Hoge Raad heeft de klachten over het vonnis van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat vonnis. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3. Beslissing
De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt CAH c.s. in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Wijnmakerij begroot op € 857,-- aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien CAH c.s. deze niet binnen veertien dagen na heden hebben voldaan.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren C.E. du Perron, als voorzitter, F.R. Salomons en G.C. Makkink, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A.E.B. ter Heide op 6 december 2024.