HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 23/01988
Datum 5 april 2024
ARREST
In de zaak van
1. [eiser 1],
wonende te [woonplaats],
2. [eiseres 2],
wonende te [woonplaats],
3. [eiseres 3] B.V.,
gevestigd te [vestigingplaats],
4. [eiseres 4] B.V.,
gevestigd te [vestigingplaats],
5. [eiseres 5] B.V.,
gevestigd te [vestigingplaats],
6. [eiseres 6] B.V.,
gevestigd te [vestigingplaats],
EISERS tot cassatie,
hierna gezamenlijk: [eiseressen],
advocaat: T. van Malssen,
tegen
RAIL SIDE B.V.,
gevestigd te Rotterdam,
VERWEERSTER in cassatie,
hierna: Rail Side,
advocaten: B.I. Kraaipoel en T.E. Booms.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. de vonnissen in de zaak C/16/395696 / HA ZA 15-572 van de rechtbank Midden-Nederland van 2 september 2015 en 25 mei 2016;
b. de arresten in de zaak 200.198.330 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 2 januari 2018, 20 november 2018, 19 mei 2020 en 28 februari 2023.
[eiseressen] hebben tegen het arrest van het hof van 28 februari 2023 beroep in cassatie ingesteld.
Rail Side heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten, en voor [eiseressen] mede door R.M. Andes.
De conclusie van de Advocaat-Generaal E.M. Wesseling-van Gent strekt tot niet-ontvankelijkheid van [eiseressen] in het cassatieberoep voor zover gericht tegen het kennisnemen van het H16 formulier van 7 november 2022, het telefoongesprek van 29 november 2022 en de brief van 1 december 2022, en voor het overige tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [eiseressen] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2. Beoordeling van het middel
De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3. Beslissing
De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt [eiseressen] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Rail Side begroot op € 857,-- aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien [eiseressen] deze niet binnen veertien dagen na heden hebben voldaan.
Dit arrest is gewezen door de vicepresident M.V. Polak als voorzitter en de raadsheren T.H. Tanja-van den Broek, C.H. Sieburgh, H.M. Wattendorff en A.E.B. ter Heide, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.J.P. Lock op 5 april 2024.