HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 23/01920
Datum 5 april 2024
ARREST
In de zaak van
[gegadigde],
wonende te [woonplaats], Taiwan,
VERZOEKER tot cassatie,
hierna: [gegadigde],
advocaat: J.W.H. van Wijk,
tegen
1. [eigenaar],
wonende te [woonplaats],
2. [echtgenote van de eigenaar],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDERS in cassatie,
hierna gezamenlijk: [eigenaar en echtgenote],
advocaat: B.F.L.M. Schim.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. het vonnis in de zaak BON201900647 van het Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba van 2 december 2020;
b. de vonnissen in de zaak BON201900647 - BON2020H00064 van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba van 1 juni 2021 en 14 februari 2023.
[gegadigde] heeft tegen het vonnis van het hof van 14 februari 2023 beroep in cassatie ingesteld.
[eigenaar en echtgenote] hebben een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten, voor [gegadigde] mede door J.B.B. Heinen, en voor [eigenaar en echtgenote] mede door F.H. Oosterloo.
De conclusie van de Advocaat-Generaal W.L. Valk strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [gegadigde] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2. Beoordeling van het middel
De Hoge Raad heeft de klachten over het vonnis van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat vonnis. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3. Beslissing
De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt [gegadigde] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [eigenaar en echtgenote] begroot op € 355,-- aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de vicepresident M.J. Kroeze als voorzitter en de raadsheren C.E. du Perron, C.H. Sieburgh, H.M. Wattendorff en F.R. Salomons, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.J.P. Lock op 5 april 2024.