HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 23/01918
Datum 31 mei 2024
ARREST
In de zaak van
1. [eiser 1],
wonende te [woonplaats],
2. WOLDOMUS B.V.,
gevestigd te Groningen,
EISERS tot cassatie,
hierna gezamenlijk: [eisers],
advocaat: D. Rijpma,
tegen
1. N.V. RENDO HOLDING,
gevestigd te Meppel,
2. RENDO BEHEER B.V.,
gevestigd te Meppel,
3. N.V. RENDO (REGIONAAL NUTSBEDRIJF),
gevestigd te Meppel,
4. RENDO DUURZAAM B.V.,
gevestigd te Meppel,
VERWEERSTERS in cassatie,
hierna gezamenlijk: Rendo c.s.,
advocaten: T.E. Booms en B.I. Kraaipoel.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. de vonnissen in de zaak C/18/152999 / HA ZA 14-347 van de rechtbank Noord-Nederland van 1 juni 2016, 20 maart 2019 en 27 november 2019;
b. de arresten in de zaak 200.277.398 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 30 maart 2021 en 14 februari 2023.
[eisers] hebben tegen het arrest van het hof van 14 februari 2023 beroep in cassatie ingesteld.
Rendo c.s. hebben een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal E.M. Wesseling-van Gent strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [eisers] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2. Beoordeling van het middel
De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3. Beslissing
De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt [eisers] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Rendo c.s. begroot op € 7.115,-- aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien [eisers] deze niet binnen veertien dagen na heden hebben voldaan.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren C.H. Sieburgh, als voorzitter, F.J.P. Lock en F.R. Salomons, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A.E.B. ter Heide op 31 mei 2024.