HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 23/03283
Datum 14 juni 2024
ARREST
In de zaak van
AVROTROS,
gevestigd te Hilversum,
EISERES tot cassatie,
hierna: AvroTros,
advocaat: A.M. van Aerde,
tegen
1. MULTIRISK DIENSTEN B.V.,
gevestigd te Katwijk,
2. [verweerder 2],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDERS in cassatie,
hierna: [verweerders],
advocaat: aanvankelijk J.M. Moorman, thans J.H.M. van Swaaij.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. de vonnissen in de zaak C/16/506087/HL ZA 20-225 van de rechtbank Midden-Nederland van 18 november 2020 en 7 juli 2021;
b. de arresten in de zaak 200.303.083/01 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 23 augustus 2022 en 23 mei 2023.
AvroTros heeft tegen het arrest van het hof van 23 mei 2023 beroep in cassatie ingesteld.
[verweerders] hebben een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten en voor AvroTros mede door N.M. Bilderbeek.
De conclusie van de Advocaat-Generaal S.D. Lindenbergh strekt tot verwerping van het cassatieberoep. De advocaat van AvroTros heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2. Beoordeling van het middel
De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3. Beslissing
De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt AvroTros in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerders] begroot op € 857,-- aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien AvroTros deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren C.H. Sieburgh, als voorzitter, A.E.B. ter Heide en K. Teuben, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A.E.B. ter Heide op 14 juni 2024.